Hier wordt een overzicht gegeven van de informatiebronnen die voor deze publicatie zijn gebruikt. Hierbij komen kenmerken en beperkingen, het informatiegebied, periodiciteit en het eigendom en beheer van de informatiebronnen aan bod. Daarnaast wordt een nadere toelichting gegeven op de wijze van tellen en gehanteerde berekeningswijzen.

Laatst bijgewerkt: 17 okt 2016.

De gebruikte informatiebronnen betreffen steeds een gedeelte van de strafrechtsketen: slachtofferenquêtes onder de bevolking, de CBS Politiestatistiek (geregistreerde misdrijven en verdachten en opgehelderde misdrijven), de CBS Rechtbankstatistiek, Communicatiesysteem Openbaar Ministerie Parket AdminiStratie (COMPAS) en GPS (de zaken die uiteindelijk naar het OM gaan en daar ingeschreven worden), en de systemen die de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen registreren. Deze informatiebronnen kunnen niet zonder meer met elkaar worden vergeleken. Onderstaand volgt een aantal redenen waarom dit niet volledig het geval is.

Verschillende definities en teleenheden

De gehanteerde definities en de eenheden waarin de aantallen zijn uitgedrukt, kunnen verschillen. Zo komen de definities van misdrijftypen die in de Politiestatistiek en in de slachtofferenquêtes gebruikt worden, niet geheel overeen. Verder registreert de politie misdrijven (processenverbaal van aangifte), terwijl de rechtbankstatistieken uitgaan van zaken. Een misdrijf kan door meer dan één persoon zijn gepleegd, terwijl een zaak één persoon betreft, maar daarentegen verschillende misdrijven kan omvatten. Bij de verdere afhandeling kunnen verschillende zaken via zogenoemde ‘voegingen’ in elkaar worden geschoven. In tabel 6.5[1} is te zien dat het aantal door de rechter opgelegde onvoorwaardelijke sancties groter is dan het aantal door de rechter afgedane zaken. Dit is het logische gevolg van het feit dat meerdere sancties per zaak kunnen worden opgelegd.

Verschillende indelingen naar delicttype

De criteria voor het indelen naar delicttype kunnen verschillen. Een slachtoffer kan een delict anders rubriceren dan de politie, en de politie anders dan het OM. Zo kan de politie een tasjesroof als geweldsdelict bestempelen, terwijl het OM besluit het als vermogensmisdrijf in te schrijven. Omdat een zaak verschillende misdrijven kan omvatten, waarbij het zwaarste misdrijf het indelingscriterium vormt, kunnen minder zware misdrijven in de rechtbankstatistiek buiten beeld raken. Zo zal een inbraak niet in de cijfers terug te vinden zijn wanneer deze gepaard gaat met moord.

Tijdsverschillen

Er verstrijkt tijd tussen de behandeling van een misdrijf of zaak in de verschillende onderdelen van de keten. Dit betekent bijvoorbeeld dat een in 2009 aangegeven en geregistreerd misdrijf mogelijk pas in 2010 bij het OM wordt ingeschreven en in 2011 wordt afgehandeld. Dit ‘over de jaargrens heen vallen’ zal de verhouding tussen cijfers beïnvloeden, vooral daar waar sterke en abrupte stijgingen of dalingen optreden.

Registratiegebreken

Gebreken in registraties kunnen eveneens een rol spelen. Zo is onduidelijk in welke mate de vervanging van de oude bedrijfsprocessensystemen BPS en Xpol door de Basisvoorziening Handhaving (BVH) bij de politie de registratie van misdrijven heeft beïnvloed.[2] Veranderingen in beleid (bijvoorbeeld het feit dat de politie de lichtere artikel 8 WVW-zaken sinds een aantal jaren naar het CJIB brengt in plaats van naar de OM-parketten) kunnen eveneens hun invloed hebben op de statistische informatie. De kwaliteit van de statistieken en de onderlinge consistentie is lang niet altijd optimaal.

Reikwijdte van informatiesystemen

Er zijn verschillen in de reikwijdte van informatiesystemen. De CBS-slachtofferenquêtes gaan over misdrijven met individuele personen of huishoudens als slachtoffer. Hiermee wordt dus niet het slachtofferschap gemeten onder rechtspersonen. Ook de zogenoemde slachtofferloze delicten (bijvoorbeeld drugshandel) blijven bij deze meting buiten beeld.

Slachtofferloze delicten en delicten tegen rechtspersonen

In tegenstelling tot de eerder genoemde enquête bevat de registratie van de politie wel de zogenoemde slachtofferloze misdrijven en delicten tegen rechtspersonen. Anderzijds blijven veel misdrijven buiten de politieregistratie, meestal doordat ze niet worden aangegeven of worden opgespoord. Daarnaast is het zo dat niet alle opgespoorde delicten door de politie zijn opgespoord. Er zijn vier zogenoemde ‘bijzondere opsporingsdiensten’, elk met een eigen specifieke opsporingstaak: de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst/Economische Controledienst, de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, de Algemene Inspectiedienst en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT-IOD), voorheen VROM Inlichtingen- en Opsporingsdienst.

Bij het bekijken van de samenhang tussen de verschillende onderdelen van de strafrechtsketen dient rekening te worden gehouden met bovengenoemde vertekeningen en beperkingen.

In de navolgende tekst wordt ingegaan op de gebruikte gegevensbronnen, zoals kenmerken van de bron, informatiegebied, de periodiciteit van de dataverzameling, de relaties met andere informatiesystemen, privacyaspecten, beperkingen, eigendom en beheer van de databron.

 

Tabellen bij Berechting.

2 De Algemene Rekenkamer schrijft hierover dat er aanwijzingen zijn dat agenten BVH mijden of incidenten ‘lichter’ classificeren, zodat ze met een boete afgedaan kunnen worden en derhalve niet geregistreerd hoeven te worden (zie Algemene Rekenkamer, 2011, p. 16).

Samenwerkende partijen