Vervolging en berechting: Bronnen en methoden

Laatst bijgewerkt: 15 okt 2018.

De vervolgings- en berechtingsgegevens

Anders dan voorgaande jaren zijn de cijfers over vervolging en berechting dit jaar samengesteld door het WODC, aangezien het CBS deze niet meer maakt [1]. Het betreft de gegevens voor de vervolging, berechting en deels ook voor overtredingen.
Doordat het WODC een andere werkwijze hanteert bij het samenstellen van de cijfers en op onderdelen ook andere definities en keuzes maakt dan het CBS voorheen deed, wijken de cijferreeksen in deze publicatie op onderdelen af van de vorige edities van C&R [2] [3]. Het WODC heeft er daarom voor gekozen om de gehele reeksen te vernieuwen; de opgenomen reeksen in deze editie vertonen daardoor in zichzelf geen trendbreuken. Onder Datawarehouse WODC worden de voornaamste verschillen ten aanzien van de voorgaande editie van C&R weergegeven, alsook verschillen met de cijfers van het Parket-Generaal (PaG) en de Raad voor de rechtspraak (Rvdr).

Datawarehouse WODC

De gegevens over vervolging en berechting komen uit het datawarehouse (DWH) van het WODC. Dit DWH is bedoeld voor het leveren van gegevens voor rapportage, analyse en onderzoek. De gegevens in het DWH zijn afkomstig uit verschillende bronbestanden die weer afkomstig zijn uit registratiesystemen van ketenpartners in de strafrechtsketen, waaronder het Openbaar Ministerie (OM).


De aangeleverde bronbestanden aan het WODC worden op een geautomatiseerde wijze in een aantal stappen geïntegreerd in een centrale gegevensverzameling (het DWH), waarin onder andere schrijfwijzen en coderingen zijn afgestemd zodat gege-vens uit verschillende bronnen overeenkomen, en definities zijn vastgelegd conform de informatiebehoefte van de gebruikers. Om dit te kunnen doen, moeten de gege-vens uit de bronbestanden eerst geëxtraheerd, opgeschoond en getransformeerd worden. Het DWH bestaat hierna uit een set van (afgeleide) betekenisvolle variabelen, waarmee verdere analyses gedaan kunnen worden.


Het DWH bevat, onder andere, data afkomstig uit het bronbestand RAC-min (RApsody Centraal Management Informatiesysteem). RAC-min is een (beperkte) afslag van het Rapsody-systeem, een gemeenschappelijk informatiesysteem van het OM en de zittende magistratuur ten behoeve van beleid en beheer. Het systeem kent een aantal modules voor verschillende rechtsgebieden. Voor zowel RAC-min als het onderwerp van dit boek is alleen de strafrechtmodule (Rapsody strafrechtsketen) van belang. Waar in het vervolg Rapsody wordt genoemd, wordt dan ook die strafrechtmodule bedoeld.

Rapsody is gebaseerd op de registratiesystemen COMPAS en GPS. COMPAS (Communicatiesysteem Openbaar Ministerie-Parket AdminiStratie) is een case-managementsysteem dat de processtappen van proces-verbaal en dagvaarding tot vonnis ondersteunt en het mogelijk maakt deze te registreren. GPS (Geïntegreerd Processysteem Strafrecht) is een nieuwer digitaal systeem (geleidelijk ingevoerd sinds 2008) ter ondersteuning van de administratie en behandeling van strafzaken en ter vervanging van papieren strafdossiers. GPS is de beoogde opvolger van COMPAS, maar momenteel zijn beide systemen nog in gebruik. Het merendeel van de zaken wordt geregistreerd in GPS, COMPAS wordt voornamelijk nog gebruikt voor complexere maatwerkzaken.

Gegevens uit COMPAS en GPS die voor beleidsinformatie van belang zijn worden opgenomen in Rapsody. Dit is een decentraal systeem met afzonderlijke databases in elk van de arrondissementen, die ieder alleen gegevens over de strafzaken in het eigen arrondissement bevatten. In Rapsody Centraal (RAC), ook wel GPS-MI genoemd, worden de lokale gegevens samengebracht. Hier bovenop is RAC-min gebouwd. RAC-min is een deelverzameling van GPS-MI; het bevat minder informatiegebieden dan GPS-MI. Het doel van RAC-min is te voorzien in de landelijke informatiebehoefte en te voldoen aan de gegevensvraag vanuit het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van vervolging en berechting.

Informatiegebied

RAC-min biedt informatie over de instroom van zaken bij het OM en over de afhandeling van die zaken door het OM en door de rechter in eerste aanleg. Per zaak is uitgebreide informatie beschikbaar over de aard van de gepleegde feiten, de verschillende handelingen en beslissingen in de zaak door het OM en de rechter, en de opgelegde straffen en maatregelen.

Periodiciteit van de dataverzameling

Rapsody is in de loop van 1993 ingevoerd, waarbij alle op dat moment nog lopende zaken zijn opgenomen. Vanaf dat moment zijn van alle in COMPAS geregistreerde zaken gegevens in Rapsody gearchiveerd. RAC-min geeft daarmee een volledig beeld van alle afdoeningen sinds 1994. Doordat het onderliggende systeem Rapsody in de loop van de jaren steeds verder is ontwikkeld, is de informatie in RAC-min over recente zaken gedetailleerder dan die over de zaken die in de eerste jaren zijn geregistreerd.


RAC-min wordt vier maal per jaar door de dienstverleningsorganisatie van het OM (DVOM) beschikbaar gesteld aan het WODC. De leveringen vinden in de regel plaats in januari, april, juli en oktober. Bij iedere datalevering worden de eerdere data als ook de bijbehorende afleidingen in het DWH in zijn geheel ververst. Deze keuze is genomen, gezien GPS en COMPAS levende registratiesystemen zijn. Dit betekent dat bepaalde velden worden overschreven omdat er nieuwe beslissingen zijn genomen in een zaak of doordat de eerdere invoer niet correct was. Eerdere beslissingen in een zaak worden daarbij niet bewaard en situaties uit oudere jaren worden niet bevroren. De gepubliceerde gegevens in deze uitgave zijn hiermee dus een weergave van de stand van zaken op het moment van levering door DVOM. Voor deze publicatie is dat april 2018.

Wijze van tellen

Voor de misdrijfzaken (vervolging en berechting) geldt dat alleen zaken uit het DWH van het WODC worden geselecteerd die als rechtbankzaak zijn geregistreerd. Deze zaken hebben de indicatie R voor rechtbank (is ten minste één feit een Rechtbankfeit dan is de indicator R; gaat het alleen om Kantonfeiten dan is de indicator K). De teleenheid is over het algemeen zaak, maar in bepaalde gevallen beslissing of sanctie. Voor overtredingen wordt een ander selectiecriterium en andere teleenheid gehanteerd. Dat wordt onder een apart kopje hieronder nader toegelicht. Merk op dat het aantal misdrijfzaken dat in een bepaald jaar is afgedaan niet gelijk is aan het aantal misdrijfzaken dat in dat jaar is ingeschreven. Een zaak die in een bepaald jaar instroomt, hoeft niet per se ook in datzelfde jaar te worden afgedaan. Vooral als zaken later in het kalenderjaar worden ingeschreven, is het aannemelijk dat de afhandeling over de jaargrens heen valt. De instroom OM en de beslissingen OM in een bepaald jaar betreffen daarom (deels) andere zaken.

– Instroom OM

De instroom van misdrijven bij het OM wordt bepaald door alle rechtbankzaken te selecteren uit het DWH waarvan de datum van instroom in het betreffende jaar ligt.
COMPAS-zaken die worden overgedragen naar een ander parket of instantie, worden daarbij niet meegeteld. Hetzelfde geldt voor zaken die worden overgeheveld vanuit GPS naar COMPAS. Dit gebeurt bijvoorbeeld als een zaak te complex blijkt te zijn om te verwerken in GPS. De overhevelingen en overdrachten worden eveneens niet meegeteld bij de beslissingen OM, zodat de instroom en uitstroom zoveel als mogelijk vergelijkbaar zijn.


Naast nieuwe misdrijfzaken stromen er bij het OM ook zaken in die het OM al eerder heeft behandeld. Het gaat vooral om zaken die eerder door het OM zijn afgedaan met een strafbeschikking. Als de bestrafte in verzet gaat of als het executeren van de strafbeschikking mislukt, moet het OM de zaak opnieuw beoordelen. Dit noemen we herinstroom. Deze herinstroom wordt niet meegenomen in de instroom OM [4]. Ook bij de beslissingen OM wordt de herinstroom niet meegenomen.

- Beslissingen OM

Het OM kan verschillende beslissingen in een zaak nemen: het OM kan besluiten te dagvaarden, (voorwaardelijk of onvoorwaardelijk) seponeren, een transactie aanbieden, een zaak bij een andere zaak voegen, administratief beëindigen of een strafbeschikking opleggen.

Bij het bepalen van de beslissingen genomen in misdrijfzaken door het OM worden net als bij de instroom, alle rechtbankzaken uit het DWH geselecteerd met een datum van een beslissing in het betreffende jaar. Het soort beslissing wordt bepaald door te kijken naar de geregistreerde afdoening door het OM. Overdrachten naar andere parketten en overhevelingen van GPS naar COMPAS worden daarbij buiten beschouwing gelaten om de tellingen in lijn te houden met de instroom en omdat het niet om definitieve beslissingen in een zaak gaat.

Voor elke zaak wordt de laatst bekende beslissing van het OM in het daarbij behorende jaar geteld. Dit betekent dat als er meerdere beslissingen in een zaak zijn genomen alleen de laatste beslissing wordt geteld. Eerdere beslissingen uit eerdere jaren worden in de tellingen vervangen door vervolgbeslissingen uit latere jaren. Dit heeft tot gevolg dat er op verschillende peilmomenten mogelijk verschuivingen in de tellingen voorkomen: de totalen van eerdere jaren worden naar beneden aangepast als er vervolgbeslissingen zijn genomen in een later jaar. In de tellingen over de laatste paar jaren kunnen hierdoor nog wijzigingen optreden.

Voor het tellen van alle beslissingen in een jaar, wordt gekeken naar de datum waarop de beslissing is genomen. Voor bijna alle beslissingen (waaronder dagvaarden, seponeren en aanbieden transactie) is dit de datum van afdoening door het OM. Voor strafbeschikkingen die worden opgelegd door het OM geldt dat niet de afdoeningsdatum, maar de datum van de eerste beoordeling wordt gebruikt. Er worden hier dus opgelegde strafbeschikkingen OM geteld, waarvan nog niet in alle gevallen bekend is of ze al succesvol zijn afgerond. Deze zaken kunnen na verzet of mislukte executie weer opnieuw instromen bij het OM. Eventuele vervolgbeslissingen na herinstroom worden niet meegenomen bij de beslissingen OM [5]. Er worden dus alleen opgelegde strafbeschikkingen OM geteld en geen beslissingen volgend op het mislukken of het aangetekende verzet. Elke zaak komt als gevolg hiervan in de tellingen maar één keer voor. Bijvoorbeeld: het OM legt een strafbeschikking op; de executie mislukt, waardoor de zaak opnieuw bij het OM terechtkomt; vervolgens zet het OM de strafbeschikking om naar een voorwaardelijk sepot. De opgelegde strafbeschikking wordt meegeteld in de beslissingen OM; het voorwaardelijk sepot wordt niet meegeteld.

Niet alleen het OM kan strafbeschikkingen opleggen. Ook het CJIB kan namens het OM strafbeschikkingen opleggen [6]. Ook tegen deze door het CJIB opgelegde strafbeschikkingen, kan verzet worden aangetekend of de executie kan mislukken. In dergelijke gevallen wordt de zaak naar het OM gestuurd. Het OM beoordeelt de zaak opnieuw en kan elke mogelijke beslissing nemen. Deze beslissingen worden wel meegeteld in de beslissingen OM. Het gaat hier namelijk niet om herinstroom, maar om een eerste (primaire) instroom bij het OM: het OM heeft nog niet eerder een beslissingen in de zaak genomen. Voor het tellen van de vervolgbeslissing wordt gekeken naar de afdoeningsdatum. Ook als de vervolgbeslissing een strafbeschikking OM is, wordt deze geteld op de datum afdoening, en niet zoals de strafbeschikkingen OM waaraan geen andere strafbeschikking vooraf is gegaan, op de datum eerste beoordeling. Een voorbeeld: het CJIB legt namens het OM een strafbeschikking op; de verdachte gaat hiertegen in verzet bij het OM; het OM beoordeelt de zaak opnieuw en besluit om in de zaak een strafbeschikking op te leggen; de strafbeschikking wordt meegeteld in de beslissingen OM op de afdoeningsdatum. Een ander voorbeeld: het OM legt een strafbeschikking op; de verdachte gaat daartegen in verzet, waardoor de zaak opnieuw bij het OM terechtkomt; het OM roept de verdachte op ter terechtzitting; de opgelegde strafbeschikking wordt meegeteld in de beslissingen OM op de beoordelingsdatum; de oproeping ter terechtzitting wordt niet meegeteld.

Bij het tellen van de beslissingen wordt verondersteld dat GPS en COMPAS steeds de laatste beslissing van het OM wordt geregistreerd, maar dit blijkt niet altijd het geval te zijn. Vooral bij strafbeschikkingen opgelegd door het CJIB die instromen bij het OM na verzet of mislukte executie, blijft de tussenbeslissing (die van de oor-spronkelijke strafbeschikking) staan terwijl het OM in dergelijke gevallen altijd een nieuwe vervolgbeslissing neemt. Deze vervolgbeslissing wordt niet altijd goed geregistreerd. In deze gevallen is de laatst geregistreerde beslissing niet per definitie de laatst genomen beslissing in de zaak. Deze zaken worden als gevolg hiervan geteld met een afdoening onbekend. Met behulp van aanvullende velden uit het DWH is het meestal mogelijk om de uiteindelijke eindbeslissing van het OM af te leiden, maar er is voor gekozen om, conform de werkwijze van het PaG, geen correctie toe te pas-sen op de geregistreerde beslissing. Aangezien de door het OM genomen vervolg-beslissing vaak dagvaarden is, ligt het geregistreerde, en daarmee gerapporteerde, aantal dagvaardingen lager dan het werkelijke aantal.

- Instroom OM en beslissingen OM voor overtredingen

De instroom OM en beslissingen OM voor overtredingen worden in principe geteld op feitniveau en niet op zaaksniveau (zoals de instroom en uitstroom bij de misdrijven). Voor overtredingen worden alle kantonfeiten uit het DWH geselecteerd waarvan de datum van registratie in het betreffende jaar ligt. De kantonfeiten van zaken die zijn overgeheveld vanuit GPS naar COMPAS en kantonfeiten van zaken die zijn overgedragen naar een ander parket worden, net als bij de misdrijfzaken, niet meegeteld bij de instroom OM en beslissingen OM.

Het soort beslissing van het OM wordt bepaald op basis van de afdoening van het feit, en de beslissing wordt geteld op de datum afdoening van het feit. Een uitzondering hierop zijn de strafbeschikkingen OM. Net zoals bij de misdrijfzaken wordt er alleen gekeken naar opgelegde strafbeschikkingen OM op basis van de geregistreerde eerste beoordeling. Deze wordt echter niet op feitniveau geregistreerd. Daarom wordt er naar de eerste beoordeling van de zaak gekeken. Oproepen tot verzet worden ook niet op feitniveau geregistreerd en worden daarom ook op basis van zaaksgegevens vastgesteld.

– Afdoeningen rechter

Het OM kan een zaak voor de rechter brengen. Deze neemt een beslissing in de zaak, bijvoorbeeld een schuldigverklaring met strafoplegging of ontslag van (alle) rechtsvervolging. Als een verdachte schuldig is bevonden, kan de rechter besluiten één enkele straf of maatregel op te leggen of een combinatie van straffen en maatregelen. Daardoor komt het aantal opgelegde sancties hoger uit dan het aantal schuldigverklaringen.

In sommige tabellen van berechting is de teleenheid eindvonnis per zaak, maar in andere tabellen straf of maatregel (daarin komen zaken met meerdere straffen vaker voor). Merk op dat in tabel 6.5 (en 6.16) niet alle mogelijke maatregelen zijn opgenomen, en deze tabel dus geen compleet beeld geeft van het totaal aantal opgelegde sancties. Het soort beslissing wordt bepaald door te kijken naar het eindvonnis door de rechter. Dit eindvonnis wordt in het DWH afgeleid uit de informatie die beschikbaar is over de zittingen in een zaak. Bij het tellen van de afdoeningen door de rechter worden alle rechtbankzaken uit het DWH geselecteerd, waarvan de datum eindvonnis in het betreffende jaar ligt.

Het gaat om alle zaken die bij de rechter worden aangebracht en waar een eindbeslissing op wordt genomen door de rechter. Dit betekent dat zaken waarin de rechter besluit om de zaak naar een ander forum te verwijzen of de dagvaarding nietig te verklaren, niet worden meegenomen.

Voor elke zaak wordt alleen het laatste eindvonnis in een zaak geteld. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een uitspraak OM niet ontvankelijk, kan het zijn dat er op een eerste eindvonnis later nog een ander eindvonnis volgt. In dat geval wordt alleen het laatste vonnis geteld. Net zoals bij de beslissingen OM kunnen hierdoor verschuivingen in de tellingen over de jaren optreden. Ook zaken waarbij op de beslissing van de rechter nog een afdoening door het OM volgt, bijvoorbeeld als de rechter het OM niet ontvankelijk verklaart en het OM vervolgens besluit de zaak te seponeren, worden niet meegeteld in de afdoeningen rechter.

Zaken die ter zitting door de rechter worden samengevoegd met een andere zaak (de beslissing in deze eerste zaak is dan ‘voeging ter zitting’, terwijl de beslissing in de andere zaak iets anders is) worden niet meegenomen in de afdoeningen rechter. De uitspraak in de zaak waarbij gevoegd is, wordt wel meegenomen. Bij deze manier van tellen worden er ook zaken in de afdoeningen rechter geteld die ook al geteld zijn bij de beslissingen OM, namelijk de dagvaardingen en de strafbeschikkingen OM die voor de rechter komen.

Met betrekking tot sancties, worden alleen sancties die door de rechter in eerste aanleg zijn opgelegd geteld. Hierin verschillen de cijfers tussen berechting en Tenuitvoerlegging van sancties, waar het gaat om tenuitvoergelegde sancties (dit kunnen ook sancties zijn die na een hoger beroep zijn opgelegd).

De getelde detentieduur is het deel van een door de rechter opgelegde onvoorwaar-delijke vrijheidsstraf dat ook daadwerkelijk moet worden uitgezeten. De detentieduur van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt berekend door van de opgelegde strafduur de tijd af te trekken die op grond van de vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling mogelijk niet zal worden uitgezeten. Zo wordt (een benadering van) de werkelijk uit te zitten tijd verkregen. Per jaar kan de totale detentieduur van alle in dat jaar opgelegde onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen worden berekend door alle detentieduren bij elkaar op te tellen: de detentiejaren. Het aantal detentiejaren geeft een indicatie van de minimaal uit te zitten hoeveelheid straf die in dat jaar is opgelegd.

– Delictindeling

Voor het bepalen van het soort misdrijf ten behoeve van de delictcategorie van een misdrijfzaak, wordt de ‘zwaarste artikel’ methode toegepast. Dit houdt in dat er wordt gekeken naar het zwaarste artikel binnen een zaak.

Het zwaarste artikel is het artikel waarop in de wet de hoogste straf staat. Bij gelijke straffen wordt een sortering op hoofddelictgroep toegepast (eerste niveau in de delictindeling bij Classificaties en indelingen; de volgorde van sortering is: Misdrijven Wetboek van Strafrecht, Verkeersmisdrijven, Drugsmisdrijven, (Vuur)wapenmisdrijven en Overig) en als dat geen uitsluitsel geeft wordt gekozen voor het eerste artikel binnen de zaak.

De toepassing van de ‘zwaarste artikel’ methode gebeurt voor de instroom en beslissingen OM op een andere manier dan voor de afdoeningen rechter. Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de ketenmomenten is het uitgangspunt bij de instroom en beslissingen OM (vervolging), dat wordt gekeken naar alle artikelen waarmee het OM de feiten van de zaak heeft gekwalificeerd.

Bij de afdoeningen rechter (berechting) is het uitgangspunt dat wordt gekeken naar alle artikelen die de beoordeling van de rechter in de misdrijfzaak representeren.

In het geval van een vrijspraak zijn dit de artikelen van alle feiten in de zaak, in andere gevallen alleen de artikelen van de feiten waarvoor niet is vrijgesproken. Op basis van het zwaarste artikel wordt bepaald in welke delictgroep een misdrijfzaak valt. De daarbij gehanteerde classificatie staat in Classificaties en indelingen.

Bij de overtredingen wordt voor het bepalen van de delictcategorie de politiefeitcode gebruikt, volgens Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen van het Openbaar Ministerie. Dit is dus een andere indeling dan bij de misdrijfzaken.

Bij de instroom OM en beslissingen OM wordt gekeken naar feitniveau, en wordt rechtstreeks de politiefeitcode gebruikt van het betreffende feit.

Bij de afdoeningen rechter wordt gekeken naar zaaksniveau, en kan er sprake zijn van meerdere feiten. In dat geval wordt net als bij de misdrijven de zwaarste artikelmethode gebruikt. Van het bijbehorende feit wordt de politiefeitcode gebruikt. Zie verder classificaties en indelingen.

Verschillen met voorgaande edities van C&R en tussen organisaties

De gegevens in Criminaliteit en rechtshandhaving (C&R) over vervolging en berechting zijn samengesteld door het WODC. Voorheen werden deze cijfers door het CBS vervaardigd [7] [8].

Cijfers over vervolging en berechting worden ook gepubliceerd door het WODC en het Parket-Generaal van het OM (PaG), terwijl de Raad voor de rechtspraak (Rvdr) ook gegevens over berechting publiceert. Alle vier de organisaties maken gebruik van het Communicatiesysteem Openbaar Ministerie Parket AdminiStratie (COMPAS) en het Geïntegreerd Processysteem (GPS), maar de cijfers van deze vier organisaties verschillen toch op onderdelen. Dat komt deels door definitieverschillen, maar ook deels door registraties en meetmomenten.

Een aantal (mogelijke) oorzaken voor de verschillen is duidelijk; deze worden hieronder toegelicht. Ook wordt beschreven wat de belangrijkste verschillen zijn ten opzichte van de vorige edities van C&R.

Allereerst verschilt de manier waarop de gegevens vanuit DVOM worden verkregen en geleverd. Het CBS put met een interface direct uit GPS en COMPAS, terwijl de andere organisaties gebruik maken van beleidsinformatiesystemen. Zo gebruikt het PaG GPS-MI (ook wel Rapsody genoemd) en het WODC een deelverzameling daaruit, genaamd RAC-min (zie ook hierboven onder het kopje datawarehouse WODC). De Rvdr gebruikt de COMPAS-gegevens uit GPS-MI en heeft daarnaast een eigen waarneming uit GPS (InForm). De CBS-statistiek, die de basis vormde voor alle voorgaande edities van C&R, was gebaseerd op berichten die COMPAS en GPS van iedere zaak leveren op strikt gedefinieerde momenten bij inschrijving en afdoening. RAC-min, de bron van de cijfers in de huidige editie, wordt op gezette tijden geactualiseerd vanuit COMPAS en GPS, en weerspiegelt daardoor steeds de laatste stand van zaken.

Ten tweede verschillen de doelen van de organisaties, wat ook invloed op de cijfers heeft. De Rvdr beoogt het beschrijven van de productie van de rechtspraak en telt daarom alle vonnissen, dus ook bijvoorbeeld nietigverklaringen van de dagvaarding. De overige drie organisaties richten zich op het (eind)resultaat van de berechting van verdachten en gaan daarom uit van het laatste vonnis in een periode. Vergelijk-baar hieraan rapporteert het PaG in het jaarbericht ook over de totale productie. Het PaG telt in de cijfers daarom ook herinstroom mee (zaken die al eerder door het OM zijn behandeld en opnieuw instromen omdat een herbeoordeling nodig is). Het WODC en CBS gaan alleen uit van nieuwe instroom (in eerste aanleg) en tellen herinstroom niet mee. Bij het tellen van de beslissingen van het OM gaan zij voor strafbeschikkingen uit van de eerste beoordeling in een zaak. Vervolgbeslissingen na herinstroom worden niet meegenomen.

Ten derde verschillen de meetmomenten en selectiedatums tussen de organisaties. Het WODC en CBS tellen de afdoeningen rechter op de datum van het eindvonnis van de (laatste) zitting, terwijl de Rvdr telt op de datum waarop de rechterlijke macht voor de eerste maal akkoord is met de registratie van het vonnis. Het WODC en PaG tellen de beslissingen OM op de datum afgehandeld (met uitzondering van de strafbeschikkingen die worden geteld op de datum eerste beoordeling), terwijl het CBS verschillende soorten beslissingen op verschillende momenten telt (waar-onder ook datum akkoord) [9]. Transacties tellen het WODC en PaG op de datum af-gehandeld. Het CBS telt voor GPS ook afgehandelde transacties, maar voor COMPAS opgelegde transacties op de datum beslissing genomen.

Ook op een aantal andere punten worden er door de organisaties verschillende keuzes gemaakt. Zo tellen het WODC en het PaG bij de instroom OM overdrachten (in COMPAS naar een ander parket) en overhevelingen (vanuit GPS naar COMPAS) niet mee. Het CBS telt beide zaken mee in de instroomcijfers en neemt ze daarom ook mee bij de beslissingen OM. Het WODC telt overdrachten en overhevelingen niet als beslissingen OM.

Bij het tellen van sancties zijn er ook een aantal verschillen aan te wijzen. Bij de indeling van schuldigverklaringen in hoofdstraffen worden door het CBS combinaties van maximaal twee straffen geteld. Als er in een zaak drie straffen worden opgelegd (zowel een gevangenisstraf, taakstraf als geldboete) wordt deze zaak door het CBS bij de categorie geldboete plus taakstraf geteld.

Het WODC heeft een aparte categorie opgenomen voor de combinatie van deze drie hoofdstraffen (zie tabel 6.5 en 6.16). Bij de indeling naar sancties telt het CBS in een zaak waarin zowel een werkstraf als een leerstraf is opgelegd, alleen de werkstraf. Het WODC telt beide straffen apart, dus zowel de werkstraf als de leerstraf.

Ook het bepalen van de delictindeling gebeurt door het CBS en het WODC op een net wat andere manier. Dit komt doordat een deel van de gegevens (die betrekking hebben op het bepalen van de strafmaat en het toewijzen van delictgroepen aan wetsartikelen) handmatig moet worden bijgehouden. Verschillende keuzes hierin hebben invloed op de uiteindelijke delictindeling per zaak.

Het CBS en het WODC hanteren niet altijd dezelfde toewijzing van delictgroepen aan wetsartikelen. Bij-voorbeeld: het WODC rekent SR 138b tot Overige misdrijven tegen de openbare orde en niet tot computervredebreuk [10].

Ook bij het bepalen van de strafmaat kunnen verschillende keuzes gemaakt worden, bijvoorbeeld als in de wet meerdere strafbepalingen per artikel gelden. Zo staat op het telen van softdrugs (artikel 3 Opiumwet (OW)) standaard een maand hechtenis (OW 11/1) ), maar wordt het een misdrijf met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar (OW 11/2) als dit opzettelijk gebeurt. WODC kiest als de registratie geen uitsluitsel biedt over de opzet de laagste strafmaat. Als er binnen een zaak meerdere artikelen voorkomen met dezelfde (hoogste) strafmaat, dan moet er een keuze worden gemaakt. In dit geval kijkt het WODC eerst naar de volgorde van de hoofddelictgroep (Misdrijven Wetboek van Strafrecht boven Verkeersmisdrijven boven Drugsmisdrijven, etc.) en daarna naar de registratievolgorde binnen de zaak.

Wat betreft de beslissingen OM en afdoeningen rechter, telt het WODC alleen de laatst genomen beslissing in een zaak (met uitzondering van de strafbeschikkingen; zie hierboven). Iedere zaak wordt altijd (ook over de jaren heen) maar één keer geteld. Bijvoorbeeld: in een zaak wordt in 2013 besloten tot dagvaarden, in 2014 wordt deze beslissing ingetrokken en biedt het OM een transactie aan. Later in 2014 wordt de transactie omgezet in een voorwaardelijk sepot. Het WODC telt in dit voor-beeld alleen het voorwaardelijk sepot in 2014. Het CBS telt de laatst bekende beslissing in de zaak binnen ieder jaar. Hierdoor wordt binnen een jaar slechts één beslissing bij een zaak geteld, maar vervolgbeslissingen in nieuwe jaren worden ook geteld. In het hierboven gegeven voorbeeld wordt door het CBS het dagvaarden in 2013 geteld en het voorwaardelijk sepot in 2014. De transactie wordt niet geteld. Dit geldt zowel voor de beslissingen OM als de afdoeningen ZM [11].

Samenhangend met de gekozen telwijze bevriest het WODC de cijfers niet. Hierdoor kan het zijn dat statistieken die in een eerder jaar zijn gepubliceerd veranderen als gevolg van vervolgbeslissingen genomen na publicatie. Vooral de cijfers van de laatste paar rapportagejaren kunnen nog veranderen in een volgende editie.


Deze keuze is deels gebaseerd op de werkwijze in het DWH van het WODC waarin eerdere data bij iedere datalevering worden ververst (zie voorgaande). De in deze editie gepubliceerde gegevens zijn daarmee een weergave van de geregistreerde stand van zaken in april 2018.

Concreet betekenen de hier genoemde verschillen dat de cijfers in deze editie van C&R op punten afwijken van de cijfers in de vorige edities. Het gaat dan voornamelijk om verschillen in absolute aantallen. De verhoudingen en gesignaleerde trends zijn nagenoeg gelijk.

De grootste verschillen (in absolute aantallen) zijn geconstateerd bij de beslissingen OM (bijna alle beslissingen) en kan grotendeels verklaard worden door de hierboven genoemde verschillen. Bij de instroom OM en afdoeningen rechter zijn de verschillen kleiner. Bij de afdoeningen rechter wijken vooral de overige uitspraken, taakstraffen en zaken met een onbekende straf af. Voor wat betreft de delictindeling zijn er ten opzichte van de vorige edities vooral verschillen in de (Vuur) wapenmisdrijven, Softdrugsmisdrijven en Gekwalificeerde diefstal. Deze verschillen kunnen grotendeels worden toegewezen aan de hierboven beschreven verschillen bij de bepaling van de delictindeling.

[1] Het CBS rapporteert nog wel over vervolging en berechting op Statline, zij het op minder gedetailleerd niveau en gerelateerd aan achtergrondkenmerken van de betrokken verdachten. De cijfers op Statline wijken eveneens af van deze editie van C&R.

[2] Daarnaast is de datalevering die het WODC van het OM ontvangt niet hetzelfde als de levering aan het CBS (zowel in bron, inhoud als in periodiciteit). Ook hierdoor kunnen verschillen in de cijfers ontstaan.

[3] Om de reeksen zo veel mogelijk consistent te houden ten opzichte van voorgaande edities, hanteert het WODC zo veel als mogelijk de definities en telwijze van het CBS, zoals die zijn beschreven in Bijlage 3 van C&R 2016 (Kalidien, 2017).

[4] Volgens het jaarbericht van het OM bedraagt de herinstroom ongeveer 8.000 misdrijfzaken (Bron: OM Jaarbericht 2017).

[5] Wordt wel rekening gehouden met deze herinstroom dan valt onder andere het aantal oproepingen ter terecht-zitting naar aanleiding van een verzet tegen een OM-strafbeschikking hoger uit.

[6] Het CJIB legt voornamelijk strafbeschikkingen op voor dronken rijden, waarvoor vaste tarieven gelden. Bij deze strafbeschikkingen wordt ook een kleinere groep strafbeschikkingen geteld die door andere instanties worden opgelegd en die het CJIB executeert, zoals politiestrafbeschikkingen.

[7] Waar hieronder over verschillen tussen de cijfers van het CBS en het WODC gesproken wordt, worden zowel de cijfers in de vorige edities van C&R als de cijfers die het CBS tot op heden op StatLine publiceert bedoeld.

[8] Zie voor de telwijze van het CBS bijlage 3 in C&R 2016 (Kalidien, 2017).

[9] Zie voor de telwijze van het CBS bijlage 3 in C&R 2016 (Kalidien, 2017).

[10] Zie voor de telwijze van het CBS bijlage 2 in C&R 2016 (Kalidien, 2017).

[11 ] Zie voor de telwijze van het CBS bijlage 3 in C&R 2016 (Kalidien, 2017).

Samenwerkende partijen