Berechting in eerste aanleg van alle verdachten

In 2017 deed de rechter 93.000 misdrijfzaken af, 29% minder dan in 2007 en 2% minder dan in 2016. Vermogensmisdrijven en gewelds- en seksuele misdrijven vormden samen meer dan de helft van de zaken (57%).

Auteurs: M.E. Vink en S.W. van den Braak

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

Berechting in eerste aanleg van alle verdachten

In 2017 lag het aantal misdrijfzaken[1] dat de rechter afdeed op 93.000. Dit is een afname van 29% ten opzichte van 2007. In 2010 was de grootste daling: er zijn in dat jaar 13% minder zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar.

Het aantal door de kinderrechter afgedane misdrijfzaken laat ten opzichte van 2007 een grote daling zien (-62%), terwijl de meervoudige kamer 4% meer zaken afhandelde dan in 2007. Het aantal door de politierechter afgehandelde zaken daalde met 29%. In 2017 handelde de politierechter 82% van alle misdrijfzaken af, ongeveer evenveel als in 2007. De meervoudige kamer nam 13% in behandeling (tegen 9% in 2007) en de kinderrechter 5% (tegen 9% in 2007).

Van alle berechte personen in 2017 was 87% man, 13% vrouw en minder dan 1% rechtspersoon. Het aantal berechte rechtspersonen daalde met 55% ten opzichte van 2007. In 2017 was 6% van alle berechte personen minderjarig, tegenover 10% in 2007 (zie tabel 6.1 bij Berechting).

In 2017 zijn er 2% minder zaken door de rechter afgedaan dan in 2016. In 2017 zijn er ongeveer evenveel schuldigverklaringen uitgesproken als in 2016. Het aantal vrijspraken is ten opzichte van 2016 met 11% gedaald, ontslagen van rechtsver-volging met 20% en de overige uitspraken met 33%.

Sinds de invoering van de Wet OM-afdoening op 1 februari 2008, is het voor het Openbaar Ministerie (OM) mogelijk om strafbeschikkingen op te leggen. Een succesvol geëxecuteerde strafbeschikking komt niet meer bij de rechter.

Afgedane zaken naar misdrijftype

De meeste misdrijfzaken die de rechter in eerste aanleg in 2017 afhandelde, waren zaken met vermogensmisdrijven (35.000) en gewelds- en seksuele misdrijven (18.000). Vergeleken met 2007 nam het aandeel van de vermogensmisdrijven toe (van 30% naar 38%) en van de gewelds- en seksuele misdrijven licht af (van 20% naar 19%). Het aandeel verkeersmisdrijven nam af van 22% naar 15%. Het gaat hier vooral om rijden onder invloed; dit aandeel nam af van 17% naar 10% van het totale aantal afgedane misdrijfzaken (zie tabel 6.2 bij Berechting).

Rijden onder invloed is het eerste misdrijf dat al in 2008 voor afhandeling met een straf-beschikking in aanmerking kwam. Het aantal afgedane verkeersmisdrijven kwam in 2017 uit op 14.000, 50% minder dan in 2007, maar 13% meer dan in 2016. Dit komt ten opzichte van 2016 vooral door een toename van rijden onder invloed (19%), ten opzichte van 2007 is rijden onder invloed juist afgenomen (-58%).

Soort uitspraak en sancties

In 2017 verklaarde de rechter in 89% van de afgedane zaken de verdachte schuldig, 4 procentpunt minder dan in 2007 (toen was dit 93%). Het aantal en aandeel schuldigverklaringen met strafoplegging daalt sinds 2007, maar laat in het laatste jaar een stijging zien (het aandeel is 87% in 2017 ten opzichte van 85% in 2016). Het aantal en aandeel schuldigverklaringen zonder strafoplegging liet vanaf 2011 een stijging zien, maar is sinds 2016 aan het dalen (2% van het totale aantal afgehandelde zaken in 2017 ten opzichte van 3% in 2016). Bijna 10% van de verdachten werd in 2017 vrijgesproken en minder dan 1% werd ontslagen van rechtsvervolging (zie tabel 6.1 bij Berechting).

Het hoogste percentage schuldigverklaringen in 2017 hadden zaken met verkeersmisdrijven (95%) en (vuur)wapenmisdrijven (91%) (zie tabel 6.2 en 6.3 bij Berechting). Het laagste aantal schuldigverklaringen hadden zaken met misdrijven tegen overige wetten (79%).

Doorgaans volgen op een schuldigverklaring één of meer sancties (straffen of maatregelen). In 2017 was het aantal opgelegde straffen 1,25 keer hoger dan het aantal schuldigverklaringen met strafoplegging. Het totale aantal opgelegde straffen daalde in de periode 2007-2017 met 37% tot 102.000  (zie tabel 6.5 bij Berechting).

In 2017 werd bij 84% van de schuldigverklaringen met strafoplegging een enkelvoudige hoofdstraf (vrijheidsstraf of jeugddetentie, geldboete, of taakstraf) opgelegd. Bij 15% werd een combinatie van hoofdstraffen opgelegd. In de helft van de gevallen was dit een combinatie van een voorwaardelijke vrijheidsstraf of jeugddetentie, en een taakstraf (zie tabel 6.5 bij Berechting).

Van het totale aantal door de rechter opgelegde straffen in 2017 was 36% een vrijheidsstraf of jeugddetentie, 32% een taakstraf (leer- of werkstraf) en 23% een geldboete (allen al dan niet in combinatie met een andere straf). Tussen 2007 en 2017 daalde het aantal vrijheidsstraffen en jeugddetenties met 14% van 42.000 naar 37.000. In 2007 werden er nog 44.000 taakstraffen opgelegd, in 2017 was dat gedaald tot 32.000. Het aantal geldboetes is sinds 2007 meer dan gehalveerd, van 51.000 naar 23.000 in 2017. Ten opzichte van 2016 is het aantal geldboetes constant gebleven.

Het aandeel vrijheidsstraffen en jeugddetenties in het totaal van opgelegde straffen is in de periode 2007-2017 gestegen van 26% naar 36%. Minder dan de helft (44%) was in 2017 geheel onvoorwaardelijk, ongeveer een derde (32%) geheel voorwaardelijk en bijna een kwart (24%) bestond uit een onvoorwaardelijk én een voorwaardelijk deel. Het aantal (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen (inclusief jeugddetenties), bedraagt bijna 25.000 in 2017, dit is 68% van het totaal (zie tabel 6.5 bij Berechting).

Meer dan de helft van de 24.000 (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen (dit is exclusief jeugddetenties) werd in 2017 opgelegd voor vermogensmisdrijven (57%). Daarnaast werd 16% van de vrijheidsstraffen opgelegd voor gewelds- en seksuele misdrijven en 9% voor drugsmisdrijven (zie tabel 6.6 bij Berechting). Ruim de helft (53%) van de door de rechter opgelegde (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen (ook weer exclusief jeugddetenties) had een duur van minder dan één maand. In 2007 was dit nog een stuk lager (29%). Een vijfde (20%) had een duur tussen één en drie maanden en 11% had een duur tussen drie en zes maanden. Het aandeel langdurige vrijheidsstraffen (drie jaar en langer) lag op 3% (zie tabel 6.9 bij Berechting). Het aantal opgelegde detentiejaren[2] in (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen (exclusief jeugddetenties) bedroeg 7.100 in 2017, 25% minder dan in 2007 (zie tabel 6.10 bij Berechting). De gemiddelde detentieduur voor deze straffen was 110 dagen in 2017, 24% minder dan in 2007 (145 dagen) (zie tabel 6.11 bij Berechting).

Van de ruim 23.000 in 2017 opgelegde geldboetes was 84% (deels) onvoorwaardelijk en 16% geheel voorwaardelijk. In de periode 2007-2017 nam het aandeel geldboetes in het totale aantal opgelegde sancties af van 32 naar 23% (zie tabel 6.5 bij Berechting). Van alle 19.000 (deels) onvoorwaardelijke geldboetes werd in 2017 40% opgelegd voor verkeersmisdrijven, in 2007 was dit nog 49% (zie tabel 6.7 bij Berechting).

In 2017 werden 32.000 taakstraffen (leer- of werkstraffen) opgelegd, ruim een kwart minder dan in 2007 (toen werden er 44.000 taakstraffen opgelegd). Van deze taakstraffen werd 69% geheel onvoorwaardelijk en 13% geheel voorwaardelijk opgelegd; 18% bestond uit een onvoorwaardelijk en een voorwaardelijk deel. In 2007 lag dit op respectievelijk 78%, 9% en 13% (zie tabel 6.5 bij Berechting). Bijna de helft (48%) van alle 28.000 in 2017 door de rechter opgelegde (deels) onvoorwaardelijke taakstraffen had een duur van minder dan 41 uur, bijna een kwart (23%) duurde langer dan 80 uur (zie tabel 6.9 bij Berechting). Van de 28.000 zaken waarin in 2017 een (deels) onvoorwaardelijke taakstraf (een leer- of werkstraf, of een combinatie daarvan) werd opgelegd, was in 37% sprake van een vermogensmisdrijf en in 24% van gewelds- of seksuele misdrijven (zie tabel 6.8 bij Berechting[3]).

De ontzegging van de rijbevoegdheid werd in 2017 ruim 8.200 keer opgelegd en was daarmee de meest opgelegde bijkomende straf. Dat is 56% minder dan in 2007[4].

Naast straffen kunnen er ook maatregelen worden opgelegd door de rechter. Het grootste deel daarvan zijn schadevergoedingen (13.000 in 2017) (zie tabel 6.5 bij Berechting). Tbs werd ruim 200 keer opgelegd (zie tabel 6.5 bij Berechting).

[1] In dit onderdeel staan zaken van de strafrechter centraal. We noemen dit misdrijfzaken, maar die term is niet geheel correct. Een heel specifiek deel van de misdrijven (stroperij en enkele milieu- en drugsdelicten) wordt door de sector kanton behandeld (in aantallen een zeldzaamheid). Daarnaast worden sommige overtredingen (landloperij, bedelarij, in de economische sfeer of in combinatie met misdrijven) door de sector straf behandeld (in 2016 1,3% van de rechtbankstrafzaken; bron PaG).

[2] Berekend op basis van de opgelegde strafduur van het onvoorwaardelijke deel, waarbij het deel dat op grond van de VI-regeling niet wordt uitgezeten, van de strafduur is afgetrokken.

[3] In deze tabel worden zaken geteld, geen straffen. Zaken waarin zowel een leer- als werkstraf is opgelegd, worden hierin maar één keer geteld. Daarom komt het totale aantal taakstraffen in deze tabel iets lager uit dan in tabel 6.9 bij Berechting.

[4] Naast de verminderde instroom aan misdrijfzaken, speelt de invoering van de strafbeschikking hier waarschijnlijk een rol. De gefaseerde invoering van de strafbeschikking startte met de strafbeschikking voor rijden onder invloed (betaling geldsom en/of ontzegging van de rijbevoegdheid).

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 6 Berechting

Tabellen bij Berechting

Bronnen en methoden bij Vervolging en berechting

Standaardclassificatie Misdrijven

Samenwerkende partijen