Sancties opgelegd aan jeugdigen

In 2016 hebben 6.660 minderjarigen een Halt-straf gekregen voor een misdrijf. Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie (OM) 4.760 afdoeningen opgelegd aan minderjarigen (dat wil zeggen, 12- tot 18-jarigen) en heeft de zittende magistratuur (ZM) in datzelfde jaar 6.390 afdoeningen opgelegd aan deze leeftijdsgroep voor een misdrijf. In de periode 2012-2017 is het aantal Halt-straffen overwegend stabiel met een lichte daling, terwijl het aantal OM en ZM afdoeningen duidelijk is afgenomen.

Auteurs: M. Beerthuizen en A. van der Laan

In de periode 2012 tot 2017 is het aantal Halt-gestraften per 1.000 leeftijdsgenoten relatief stabiel over de jaren heen en neemt maar met ongeveer 10% af. Het aantal OM- en ZM-afdoeningen tegen minderjarigen is ook afgenomen in deze periode. Het OM legt in 2012 nog 8 afdoeningen per 1.000 leeftijdsgenoten op aan minderjarigen, terwijl dit er in 2016 nog maar 4 zijn – een daling van 50%. Voor de aantallen ZM-afdoeningen tegen minderjarigen is ook een halvering zichtbaar, van 10 afdoeningen per 1.000 leeftijdsgenoten in 2012 naar 5 in 2016.

Aan jongvolwassenen zijn in 2016 door het OM 14.730 afdoeningen opgelegd (d.w.z., 18- tot 23-jarigen). Door de ZM zijn dit er 15.400. Ook bij jongvolwassenen neemt het aantal OM-afdoeningen per 1.000 leeftijdsgenoten af, van 19 in 2012 naar 14 in 2016, wat neerkomt op een afname van ongeveer 25% minder afdoeningen. Bij ZM afdoeningen tegen jongvolwassenen is een daling van 30% minder opleggingen te zien, van 21 per 1.000 leeftijdsgenoten in 2012 naar 15 in 2016.

Wanneer alle type afdoeningen samengenomen worden (dat wil zeggen, Halt-gestraften en OM- en ZM-afdoeningen), dan neemt het aantal samengenomen afdoeningen voor misdrijven af met ongeveer 40% voor minderjarigen in de periode 2012 tot 2017. Voor jongvolwassenen gaat het om bijna 30% minder afdoeningen. Voor minderjarigen is de daling het sterkst tot aan 2013, terwijl voor jongvolwassenen de daling meer geleidelijk is.

Deze daling is niet voor iedere type afdoeningen aanwezig of even sterk. Zo daalt, bijvoorbeeld, het aantal transacties (zowel financieel, werk- en leerstraf) veel sterker dan het aantal strafbeschikkingen door het OM. Deze laatste type afdoening stijgt zelfs in het aantal opleggingen in een paar gevallen. Verder is sinds de invoering van het adolescentenstrafrecht in 2014 het percentage strafzaken tegen jongvolwassenen waar het jeugdstrafrecht wordt toegepast toegenomen – in 2012 wordt nog geen procent van de strafzaken tegen 18- tot 21-jarigen binnen het jeugdstrafrecht gevoerd, maar in 2016 is dat meer dan 7%. Het aandeel strafzaken waarbij het jeugdstrafrecht tegen 21- tot 23-jarigen is toegepast blijft echter klein met ongeveer 1% in de jaren 2014 tot 2017.

Toepassing 77b Sr. bij 16- tot 18-jarigen en toepassing 77c Sr. bij 18- tot 23-jarigen

In april 2014 is het zogeheten adolescentenstrafrecht (ASR) ingevoerd in Nederland. Een belangrijk doel van het ASR is betreft de flexibele inzet van het sanctiestelsel rond de leeftijd van 18 jaar, waaronder de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen en het volwassenenstrafrecht bij minderjarigen. Eén van de centrale veranderingen van het ASR is dat de toepassing van het jeugdstrafrecht is uitgebreid tot de leeftijd van 23 jaar. Op deze pagina bekijken wij de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen in eerste aanleg. Daarnaast bekijken wij ook de toepassing van het volwassenenstrafrecht bij 16- tot 18-jarigen. Voorafgaand aan de invoering van het ASR wordt in 2012 en 2013 bij 1-2% van de strafzaken tegen 18- tot 21-jarigen het jeugdstrafrecht toegepast (zie figuur). In het jaar van invoering van het ASR neemt dit percentage toe tot 4% en stijgt in 2015 en 2016 verder tot boven de 7%. De toepassing van het jeugdstrafrecht bij 21- tot 23-jarigen ligt beduidend lager. In 2014 betreft deze toepassing ongeveer driekwart procent van de strafzaken en in de jaren erna stijgt dit tot ongeveer 1% van de zaken. Voor de gehele groep 18- tot 23-jarigen neemt de toepassing van het jeugdstrafrecht toe in 2014 tot 2017 – van 3% in 2014 naar 5% in 2016. Het lijkt er wel op dat de relatief sterke initiële stijging in 2016 al afvlakt. De toepassing van het volwassenenstrafrecht bij 16- tot 18-jarigen komt in de meeste jaren niet boven de 1% uit, met als uitzondering 2014 – het jaar waarin het adolescentenstrafrecht is ingevoerd – waar de toepassing op iets meer dan 2% ligt. Na deze opleving zakt de toepassing echter in, waarbij deze in 2016 zelfs niet boven de vijf absolute opleggingen uitkomt.

Bron: Monitor Jeugdcriminaliteit 2017, hoofdstuk 4 Sancties opgelegd aan jeugdigen

Samenwerkende partijen