Uitgaven aan veiligheidszorg

In 2015 is 12,9 miljard euro uitgegeven aan veiligheidszorg, Dit is een stijging van 12% ten opzichte van 2005.[1]

Auteurs: D.E.G. Moolenaar, M. Vlemmings, F.P. van Tulder en J. de Winter

Laatst bijgewerkt: 23 oktober 2017.

De uitgaven aan veiligheidszorg beslaan alle activiteiten die tot doel hebben criminaliteit, verloedering en overlast te voorkomen of te bestraffen en onveiligheidsgevoelens weg te nemen. In 2015 bedroegen de totale uitgaven hieraan 12,9 miljard euro (zie tabel 10.1 bij Kosten van criminaliteit). Ten opzichte van 2005 betekende dit een stijging van de uitgaven met 12%; de personele uitgaven stegen met 17%, terwijl de materiële uitgaven met 5% in veel mindere mate stegen.

Na een aantal jaren met een dalende trend zijn de uitgaven in 2015 licht gestegen. Er werd in 2015 ongeveer 1% meer uitgegeven dan in 2014. Dit komt bijna geheel door toegenomen uitgaven aan preventie. De uitgaven voor tenuitvoerlegging daalden en bij de andere activiteiten veranderden de uitgaven nauwelijks tussen 2014 en 2015.

De meeste uitgaven in 2015 gingen naar preventie (6,1 miljard euro), opsporing (2,8 miljard euro) en tenuitvoerlegging (2,3 miljard euro). Met 64,1 miljoen euro vormde de ondersteuning van slachtoffers de kleinste uitgavenpost.

De stijging tussen 2014 en 2015 betrof alleen personele uitgaven; de materiële uitgaven daalden. In 2015 werd in de veiligheidszorg 8,4 miljard euro aan personeel en 4,6 miljard euro aan materieel uitgegeven. De personeelscomponent is iets groter geworden in de laatste jaren, deze steeg van 62% in 2005 naar 64% in 2015 (zie tabel 10.1 bij Kosten van criminaliteit).

In 2015 werd 6,1 miljard euro aan preventie uitgegeven. Ten opzichte van 2005 is dit bedrag met 12% gestegen. In 2015 werd zo’n 3% meer aan preventie uitgegeven dan 2014 (zie tabel 10.1 bij Kosten van criminaliteit). De stijging kwam voor rekening van de beveiligings- en opsporingsbedrijven en de uitgaven door bedrijven en particulieren aan beveiligingsmaterialen. (Lokale) overheden gaven gezamenlijk juist iets minder hieraan uit.

Met 2,1 miljard euro kwamen de meeste uitgaven aan preventie voor rekening van de particuliere beveiligings- en opsporingsbedrijven. Sinds 2013 zijn hun preventieve uitgaven groter dan de geschatte uitgaven voor de politie met 1,9 miljard euro. Bedrijven en particulieren gaven samen 851 miljoen euro uit aan beveiligingsmaterialen. Provincies en gemeenten hebben samen 549 miljoen euro gestoken in preventiemaatregelen (zie tabel 10.3 bij Kosten van criminaliteit).

Uitgaven aan veiligheidszorg naar activiteit, index 2005=100*
Ondersteuning en overige***TenuitvoerleggingBerechtingVervolgingOpsporingPreventie
2005416262348
2006517362450
2007618362553
2008619362654
2009721372756
2010720362654
2011721372654
2012720372654
2013722362451
2014**721352552
2015**720352553

* Gecorrigeerd voor loon- en prijsstijgingen.

** Voorlopige cijfers.

*** Ondersteuning van verdachten en daders, slachtoffers en overige activiteiten zijn hier bij elkaar opgeteld. Onder overige activiteiten vallen de Directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid.

Voor de corresponderende cijfers zie tabel 10.1 bij Kosten van criminaliteit.

Bron: Veiligheidszorgrekeningen, CBS Brontabel als csv (325 bytes)

In totaal kwamen de uitgaven aan opsporing uit op ruim 2,8 miljard euro in 2015, een stijging van 7% ten opzichte van 2005. Ten opzichte van 2014 zijn de uitgaven op dit terrein van opsporing nauwelijks gestegen. De politie is de belangrijkste aanbieder (zie tabel 10.4 bij Kosten van criminaliteit).

In 2015 bedroegen de uitgaven aan vervolging van misdrijven 563 miljoen euro, evenveel als in het jaar ervoor. Er is wel een daling van 19% ten opzichte van 2005. Dit is het gevolg van verminderde uitgaven van het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming de afgelopen jaren. Aan reclassering in de vervolgingsfase werd meer uitgegeven dan in 2005 (zie tabel 10.5 bij Kosten van criminaliteit).

Voor de berechting van misdrijven werd 354 miljoen euro uitgegeven in 2015. Dat is een stijging van 24% ten opzichte van 2005. De uitgaven voor misdrijfzaken bij de rechtbanken en gerechtshoven zijn veruit de grootste post hier en kwamen in 2015 uit op 324 miljoen euro (zie tabel 10.6 bij Kosten van criminaliteit).

Van de tenuitvoerlegging van diverse straffen en maatregelen neemt de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)[2] 93% van de bijna 2,3 miljard euro in 2015 voor haar rekening. De uitgaven van de tenuitvoerlegging namen toe met 23% ten opzichte van 2005. Deze toename is voor een deel toe te schrijven aan de introductie van forensische zorg in het gevangeniswezen, de GGZ en gehandicaptenzorg en de ambulante forensische zorg in 2009. Ten opzichte van 2014 daalden de uitgaven in 2015 met bijna 4% door daling in de uitvoeringskosten van de DJI (zie tabel 10.7 bij Kosten van criminaliteit).

In 2015 werd 707 miljoen euro uitgegeven aan ondersteuning van (ex-)verdachten en daders. De stijging ten opzichte van 2005 bedroeg bijna 50% (zie tabel 10.8 bij Kosten van criminaliteit). Voor de ondersteuning aan slachtoffers werd 64 miljoen euro uitgegeven; dit is 61% meer dan in 2005 (zie tabel 10.9 bij Kosten van criminaliteit).

[1] Wegens een gebrek aan nieuwe cijfers is deze pagina niet bijgewerkt. De meest recente gegevens betreffen de gegevens uit C&R 2015 (Kalidien, 2016).

[2] Dit zijn het gevangeniswezen, justitiële jeugdinrichtingen en de forensisch psychiatrische centra (FPC’s, inclusief Pieter Baan Centrum en forensische zorg in het gevangeniswezen).

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2016, hoofdstuk 10 Kosten van criminaliteit

Tabellen bij Kosten van criminaliteit

Bronnen en methoden bij Kosten van criminaliteit

Standaardclassificatie Kosten van criminaliteit

Samenwerkende partijen