Geregistreerde criminaliteit

In 2017 registreerde de politie 830.000 misdrijven, 11% minder dan in 2016. Sinds 2007 is de geregistreerde criminaliteit met ruim een derde (36%) afgenomen.

Auteurs: P.R. Smit en R.J. Kessels

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

In 2007 registreerde de politie 1,3 miljoen misdrijven. Tot 2010 daalde het aantal geregistreerde misdrijven geleidelijk tot 1,2 miljoen. In 2011 bleef de geregistreerde criminaliteit nagenoeg gelijk. Daarna zette opnieuw een daling in. In 2017 registreerde de politie 831.000 misdrijven, bijna 11% minder dan in 2016[1]. Daarmee nam de geregistreerde criminaliteit in de periode 2007-2017 af met 36%.

De dalende trend geldt voor vrijwel alle onderscheiden hoofdgroepen van misdrij-ven. Het totale aantal geregistreerde vermogensmisdrijven is de afgelopen jaren met 31% gedaald, van 726.000 in 2007 naar 503.000 in 2017 (zie tabel 4.2 bij Misdrijven en opsporing en Bronnen en methoden). Sinds halverwege 2015 tellen de misdrijven die gemeld zijn bij het Landelijk Meldpunt Internet Oplichting (LMIO) mee in de categorie vermogensmisdrijven. In voorgaande jaren werden alleen de opgehelderde misdrijven van het LMIO opgenomen. In 2017 werden 37.000 zaken van fraude met online handel gemeld bij het LMIO. Het laatste half jaar van 2015 werden ongeveer 25.000 misdrijven gemeld bij het LMIO en in 2016 ongeveer 42.000. Het meetellen van LMIO geeft een trendbreuk in de cijfers. Als deze misdrijven net als voorgaande jaren niet meegeteld zouden zijn, daalde het totale aantal vermogensmisdrijven met 36% ten opzichte van 2007, in plaats van 31% en het totale aantal misdrijven met 39% in plaats van 36% (zie ook Bronnen en methoden).

De dalende trend van vermogensmisdrijven komt vooral door bijna 257.000 minder diefstallen en inbraken (met en zonder geweld) dan in 2007. Diefstallen vormen met 85% in 2017 verreweg de grootste vorm van vermogensmisdrijven. De toenames van bedrog- en valsheidsmisdrijven zijn toe te schrijven aan het feit dat per 1 juli 2015 alle misdrijven van het LMIO worden meegeteld.

Het aantal vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag daalde naar verhouding het sterkst. Sinds 2007 daalde dit aantal met 58% naar 102.000 in 2017.

Het totale aantal geregistreerde gewelds- en seksuele misdrijven (exclusief diefstal/ inbraak met geweld) is met 32% gedaald: van 125.000 in 2007 naar 85.000 in 2017.

Het totale aantal geregistreerde gewelds- en seksuele misdrijven (exclusief diefstal/ inbraak met geweld) is met 32% gedaald: van 125.000 in 2007 naar 85.000 in 2017.

In totaal registreerde de politie 35% minder verkeersmisdrijven dan in 2007. Bijna 7 op de 10 geregistreerde verkeersmisdrijven heeft te maken met doorrijden na een ongeval (verlaten plaats ongeval). In 2017 registreerde de politie hiervan 77.000 gevallen, een daling van 24% ten opzichte van 2007.

Ook het aantal drugsmisdrijven (-36%) en het aantal (vuur)wapenmisdrijven (-20%) daalden ten opzichte van 2007 (zie tabel 4.2 bij Misdrijven en opsporing).

Het deel van de geregistreerde misdrijven dat de politie als opgehelderd beschouwt (het ophelderingspercentage[2]), schommelt de laatste jaren rond 26%. Ook in 2017 loste de politie iets meer dan een kwart (27%) van de misdrijven op. In 2007 werd 25% van alle geregistreerde misdrijven opgehelderd (zie tabel 4.1 bij Misdrijven en opsporing).

Het ophelderingspercentage varieert aanzienlijk voor de verschillende delictgroepen. Misdrijven die voornamelijk door eigen opsporingsactiviteiten worden geconstateerd, zoals (vuur)wapenmisdrijven en drugsmisdrijven, kennen een relatief hoog ophelderingspercentage; in 2017 kwamen deze percentages ruim boven de 90% uit. Ook gewelds- en seksuele misdrijven worden relatief vaak opgehelderd, doorgaans ligt dit percentage rond de 65%.

Van de twee meest voorkomende delictgroepen ligt het ophelderingspercentage een stuk lager: van vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag wordt ruim een vijfde deel opgehelderd en van vermogensmisdrijven ruim een zevende deel.

Voor wat betreft drugsmisdrijven en (vuur)wapenmisdrijven is het ophelderingspercentage sinds 2007 het sterkst gestegen, van 79% naar 98% in 2017. Voor vermogensmisdrijven en vernielingen is het ophelderingspercentage licht gestegen terwijl dit bij gewelds- en seksuele misdrijven min of meer constant is gebleven. Bij de verkeersmisdrijven daalde het ophelderingspercentage van 47% in 2007 naar 38% in 2017. De daling houdt voornamelijk verband met de relatief grotere daling van registratie van rijden onder invloed ten opzichte van doorrijden na ongeval.

[1] Volgens opgave van de politie hebben burgers conform een wetswijziging sinds 1 juli 2016 voor het doen van online aangifte DigiD nodig en sinds 1 april 2017 is daar DigiD 2 factor identificatie aan toegevoegd. Vooral de toevoeging van DigiD 2 factor identificatie lijkt een barrière op te leveren voor het doen van internetaangifte. Een eerste globale inschatting geeft het beeld dat de invoering van de DigiD 2 factor identificatie een daling van 40.000-50.000 internetaangiften in 2017 tot gevolg heeft gehad. Dit zou ongeveer de helft van de daling van geregistreerde criminaliteit ten opzichte van 2016 (gedeeltelijk) kunnen verklaren.

[2] Het ophelderingspercentage over de verslagjaren 2005 tot en met 2011 is berekend met de cohortmethode en over de jaren 2012 tot en met 2016 met de saldobenadering. Voor de berekeningswijze en definitie van het ophelderingspercentage zie de Bronnen en methoden en bijlage 7 in Criminaliteit en rechtshandhaving 2016.

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 4 Misdrijven en opsporing 

Tabellen bij Misdrijven en opsporing

Bronnen en methoden bij Misdrijven en opsporing

Standaardclassificatie Misdrijven

Samenwerkende partijen