Overtredingen via de strafrechtelijke weg

Het aantal overtredingen (feiten) dat opsporingsinstanties (bijv. Politie, BOD-en, etc.) insturen naar tenuitvoerleggingsinstanties of het OM nam sinds 2007 af met 52% tot 299.000 in 2017.

Auteur: D.E.G. Moolenaar

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

In totaal zijn in 2017 circa 196.000 overtredingen[1] door diverse opsporingsinstanties naar het CJIB ingestuurd: de politie, bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s, maar excl. gemeentelijke BOA’s) en de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Sinds 2007 daalt dit aantal gestaag, hoewel er in 2016 een kleine opleving was. Al lange tijd konden politie en BOA’s overtredingen via (geldsom)transacties afhandelen. Sinds 2010 komt de strafbeschikking hiervoor geleidelijk in de plaats. Het aantal transacties via politie en BOA’s daalde van 440.000 in 2007 naar 342.000 in 2010 en verder naar 0 in 2015. Hiervoor in de plaats gekomen zijn de politiestrafbeschikkingen, die gedaald zijn van 227.000 in 2011 naar 119.000 in 2017 met een korte opleving in 2014. BOA’s legden ruim 77.000 strafbeschikkingen op in 2017 (zie tabel 9.1 en 9.3 bij Overtredingen).[2] De meeste strafbeschikkingen per 1.000 inwoners werden uitgeschreven in Rotterdam, gevolgd door Haarlemmermeer (waaronder Schiphol), Den Haag, Amsterdam en Utrecht (zie tabel 9.4 bij Overtredingen).

In 2017 werden circa 8.600 jongeren naar Halt verwezen wegens een overtreding. In de periode van 2007 tot en met 2013 schommelt het aantal Halt-verwijzingen tussen de 9.400 en 11.100, maar sinds 2014 is een dalende trend ingezet, met een korte opleving in 2016.

Circa 94.000 geconstateerde overtredingen (feiten) werden in 2017 rechtstreeks bij het OM ingeschreven.[3] Dat is een stijging van 4% ten opzichte van 2016 maar een daling van 20% ten opzichte van 2007. Het gaat hierbij om overtredingen die de politie, Koninklijke Marechaussee (KMar) en overige opsporingsinstanties rechtstreeks hebben ingezonden naar het OM. Het OM nam in 2017 over 96.000 van dergelijke feiten een beslissing. Hiervan werd 48% gedagvaard en in 37% van de gevallen volgde een strafbeschikking. 14% werd onvoorwaardelijk geseponeerd.

Als het OM besluit een verdachte in een overtredingszaak te dagvaarden of op te roepen na verzet, komt deze voor de kantonrechter. Het aantal door de kantonrechter behandelde overtredingszaken (inclusief verzet en niet succesvol voltooide sancties) daalde gestaag van 159.000 in 2007 naar 58.000 in 2017, ofwel met 63%. De voornaamste oorzaak van deze daling is de invoering van de strafbeschikking.

In het leeuwendeel van de gevallen (85% in 2017) spreekt de kantonrechter in dergelijke zaken een straf uit. Dit is minder vaak dan in 2007 (95%). Het percentage vrijspraken in 2017 (6%) steeg ten opzichte van 2007 (3%) (zie tabel 9.8 bij Overtredingen).

In overtredingszaken volgt op een schuldigverklaring meestal een onvoorwaardelijke geldboete: 64% in 2017 tegenover 80% in 2007. Tegenwoordig wordt relatief vaker een werkstraf opgelegd. Tegen een strafrechtelijke uitspraak in eerste aanleg met een boetebedrag hoger dan € 500 of een taakstraf of vrijheidsstraf is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof. Bij boetebedragen onder de € 500 is sinds 2007 een beoordeling vooraf door het hof vereist over de mogelijkheid tot hoger beroep.[4] Het aantal uitspraken (officieel ‘eindarresten’ geheten) in deze hogerberoepzaken daalde tussen 2007 en 2017 van 7.300 tot 1.500, ofwel met 76% (zie tabel 9.8 bij Overtredingen).

De boetevonnissen worden tenuitvoergelegd door het CJIB. In 2017 verwerkte het CJIB 39.000 boetevonnissen in overtredingszaken (zie tabel 9.10 bij Overtredingen). Dat is een daling van 76% ten opzichte van 2007. Ook deed het CJIB in 2017 247.000 geldsomstrafbeschikkingen af.

[1] Anders dan bij veel misdrijven, is bij overtredingen meestal geen sprake van een direct aanwijsbaar slachtoffer dat aangifte kan doen. Ook kan de opsporingsinstantie bij constatering of opsporing van overtredingen ervoor kiezen om niet (sepot) of alleen via een waarschuwing (reprimande) op te treden. In die gevallen zal registratie dan ook veelal uitblijven. De in dit onderdeel vermelde aantallen behandelde overtredingen zijn daarom slechts een deel van het werkelijke aantal begane overtredingen.

[2] Pas vanaf 1 april 2010 kunnen politie en BOA’s in verband met een overtreding een strafbeschikking opleggen. NB: Het gaat hier om het aantal opgelegde strafbeschikkingen. Strafbeschikkingen die later niet succesvol blijken te worden geëxecuteerd, tellen dus ook mee.

[3] Hieronder vallen ook de door het CJIB afgewezen zaken, aangezien deze niet bij het CJIB worden geregistreerd. Verzetten tegen strafbeschikking en mislukte executies van strafbeschikkingen of transacties vallen hier niet onder. Mislukte Halt-afdoeningen zitten wel in de rechtstreekse instroom OM, omdat ze niet kunnen worden onderscheiden in de data. In werkelijkheid vallen deze zaken echter niet onder de rechtstreekse instroom OM.

[4] Het betreft het via de Wet stroomlijnen hoger beroep ingevoerde artikel 410a Sv.

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 9 Overtredingen

Tabellen bij Overtredingen

Bronnen en methoden bij Overtredingen

Standaardclassificatie Misdrijven

Samenwerkende partijen