Overzicht van de strafrechtsketen bij minderjarigen

Het aantal sancties dat politie, OM en rechter tezamen aan minderjarigen oplegden, daalde iets minder sterk dan het aantal verdachten, met 57%.

Auteurs: F.P. van Tulder en R.F. Meijer

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

Het selectie-effect in elke fase van de keten is, vergelijkbaar met de in Overzicht van de totale strafrechtsketen beschreven gang door de keten, ook van toepassing bij de minderjarigen (zie noot 4 op die pagina en Bronnen en methoden).

Het aantal geregistreerde minderjarige verdachten daalde in de periode 2007-2017 met meer dan zeven op de tien (-71%). Deze daling is sterker dan die van het totale aantal verdachten (-51%). Het aandeel minderjarige verdachten binnen het totale aantal geregistreerde verdachten nam daarmee af van 20% in 2007 naar 12% in 2013 en blijft sindsdien tot en met 2017 op dat niveau. De instroom bij het OM daalde met 65% iets minder sterk dan het aantal geregistreerde minderjarige verdachten. Het aantal sancties van politie, OM en rechter tezamen daalde over de totale periode 2007-2017 op zijn beurt iets minder sterk, met 57%. Het aantal door het OM opgelegde sancties en het aantal schuldigverklaringen door de rechter met strafoplegging daalden met 66% respectievelijk 62%.[1]

Op de achtergrond speelt dat het aantal zaken dat het OM via een transactie afdoet sterk is gedaald (-74%; zie tabel 8.2 bij Strafrechtsketen in samenhang). Het OM mag het alternatief voor de transactie, de strafbeschikking, bij minderjarigen slechts in een beperkt aantal gevallen opleggen.[2] De strafbeschikking bij minderjarigen heeft dus, anders dan bij het totale aantal verdachten, nog nauwelijks de transactie vervangen (zie ook hoofdstuk 5). Het aantal politiesancties daalt, anders dan bij het totaal van misdrijven, relatief minder sterk (-43%) en stabiliseert vanaf 2011.

Dit in tegenstelling tot het aantal sancties van OM en rechter, dat tot 2016 blijft dalen. In 2017 is er hier voor het eerst sinds jaren een stijging waarneembaar: deze is voornamelijk toe te schrijven aan een stijging van het aantal transacties: met 41% ten opzichte van 2016. Ook het aantal voorwaardelijke beleidssepots steeg: met 19%. Het totale aantal door politie, OM en rechter samen opgelegde sancties aan minderjarigen daalde tussen 2007 en 2017 met 57%.

In 2017 betrof de verdenking bij de helft (52%) van de geregistreerde minderjarige verdachten een vermogensmisdrijf. Bij de sancties van OM en rechter ligt dit aandeel lager (41%). Omdat voor vermogensmisdrijven in verhouding vaak een jeugddetentie wordt opgelegd, is het aandeel van vermogensmisdrijven in de latere delen van de keten aanzienlijk hoger: 67% van de jeugddetenties en 65% van het aantal detentiejaren. Het aandeel bij vernielingen en openbare orde en gezag misdrijven ligt daarentegen aan het eind van de keten juist lager dan in het begin (8% van de detentiejaren tegen 19% van de geregistreerde verdachten.

[1] Als het de laatste jaren door het OM vaker toegepaste ‘voorwaardelijke beleidssepot’ niet als ‘sanctie’ wordt meegeteld, daalt het aantal sancties van het OM met 86% in plaats van 80% en het totale aantal sancties met 65% (i.p.v. 63%).

[2] Op dit moment worden bij minderjarigen voornamelijk geldboetestrafbeschikkingen uitgevaardigd.

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 8 De strafrechtsketen in samenhang

Tabellen bij De strafrechtsketen in samenhang

Bronnen en methoden bij De strafrechtsketen in samenhang

Standaardclassificatie Misdrijven

Samenwerkende partijen