Overzicht van de totale strafrechtsketen

De door de politie geregistreerde criminaliteit daalde tussen 2007 en 2017 met ruim drie op de tien (-36%). Dit is in lijn met de daling in het geschatte aantal door burgers ondervonden delicten (-44%). Deze daling werkt, soms meer, soms minder dan evenredig, in de hele keten door.

Auteurs: F.P. van Tulder en R.F. Meijer

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

In elke fase van de keten vindt een selectieproces plaats. Een deel van de behandel-de misdrijfzaken[1] eindigt in de oplegging van een sanctie. Dat kan gebeuren door de politie via een transactie, strafbeschikking of Halt-verwijzing, door het OM via een transactie of strafbeschikking of door de rechter via een schuldigverklaring met op-legging van straf[2] (zie figuur 8.1). Daarmee wordt de term ‘sanctie’ in dit hoofdstuk niet in strikt juridische, maar in algemeen maatschappelijke betekenis gebruikt. Het gaat daarbij in principe om alle uitkomsten van de strafrechtshandhaving, waarbij een (vermoedelijke) dader van een misdrijf bindende strafrechtelijke consequenties daarvan ondervindt. Omdat ook transacties en Halt-verwijzingen door de verdachte als ‘sancties’ zullen worden beschouwd, tellen ook deze hierin mee. De hier in beeld gebrachte opgelegde ‘sancties’ worden overigens niet noodzakelijk allemaal succes-vol geëxecuteerd.[3, 4]

Om verschillende redenen is het mogelijk dat daders van misdrijven geen sanctie in de hier beschreven betekenis krijgen opgelegd. Dat kan zijn omdat ze niet worden gepakt, omdat ze vanwege onvoldoende bewijs vrijuit gaan of omdat het OM een andere oplossing kiezen dan het ‘ultimum remedium’ van het strafrecht en de strafzaak bijvoorbeeld seponeert. Met name bij deze laatste uitkomst is discussie over de invulling van het begrip ‘sanctie’ mogelijk. Zo gaat het OM de laatste jaren steeds vaker over tot zogenoemde ‘voorwaardelijke beleidssepots’. Hierbij kan de verdachte, als deze zich niet aan bepaalde voorwaarden houdt, alsnog door het OM worden vervolgd. In zekere zin is dit vergelijkbaar met een door de rechter opgelegde voorwaardelijke straf. We tellen deze vorm van voorwaardelijke sanctie daarom mee in de cijfers. Ook zullen we in de tekst aangeven wat het gevolg is als deze voorwaardelijke sepots van het OM niet worden meegeteld bij de ‘sancties’. Naast deze voorwaardelijke beleidssepots zijn ook door de rechter opgelegde voorwaardelijke straffen te zien als ‘voorwaardelijke’ sancties. De andere hier onderscheiden sancties kunnen worden gezien als ‘onvoorwaardelijk’. De ontwikkeling van de voorwaardelijke sancties binnen het geheel van alle sancties komt kort aan de orde.

Het geschatte aantal door burgers ondervonden delicten en de door de politie geregistreerde criminaliteit daalden tussen 2007 en 2017 met ruim een derde (-44% respectievelijk -36%). Het totale aantal geregistreerde verdachten halveerde (-51%). De instroom bij het OM daalde in verhouding minder, namelijk ‘slechts’ met 36%. Blijkbaar leidde de registratie van een verdachte in 2017 vaker tot de behandeling van een zaak door het OM dan in 2007.[5]

Het aantal door de politie opgelegde sancties is tussen 2007 en 2017 meer dan gehalveerd (-59%). Het aantal door het OM opgelegde sancties daalde minder sterk (-33%). Dit percentage is inclusief de voorwaardelijke beleidssepots die het OM de laatste jaren vaker is gaan toepassen.[6] De daling van het aantal door de rechter uitgesproken schuldigverklaringen met strafoplegging houdt hiermee gelijke tred (eveneens -33%).[7] Deze gegevens en eerder statistisch onderzoek doet vermoeden dat de gedeeltelijke vervanging van de transactie door de OM-strafbeschikking bij misdrijven (nog) niet heeft geleid tot een dalend aandeel van door de rechter opgelegde sancties (zie Van Tulder, Meijer & Kalidien, 2017). Het totale aantal sancties, opgelegd door politie, OM en rechter tezamen, daalde met 38%.[8] Deze daling houdt ongeveer gelijke tred met die van het aantal geregistreerde misdrijven en die van de instroom bij het OM (beide -36%).

Hoewel er fluctuaties in de tijd optreden, loopt de ontwikkeling van de in verschillende onderdelen van de keten behandelde aantallen strafzaken over 2007-2017 als geheel bezien dus tamelijk parallel. Alleen het aantal door de politie opgelegde sancties daalde relatief sterker.

Het grootste deel van de opgelegde sancties is te beschouwen als ‘onvoorwaardelijk’. Het aandeel van de door het OM opgelegde voorwaardelijke beleidssepots en door de rechter opgelegde (deels of geheel) voorwaardelijke sancties in het totaal van de sancties van politie, OM en rechter steeg van 20% in 2007 naar 31% in 2017 (zie tabel 8.1 bij Strafrechtsketen in samenhang).

Door verschuivingen in het aandeel van verschillende soorten misdrijven zijn de selectie-effecten in de keten duidelijk zichtbaar. De in verhouding lage ophelderingspercentages bij vermogensmisdrijven zorgen voor een lager aandeel daarvan in het midden van de keten, bij de geregistreerde verdachten en de sancties. Omdat voor deze misdrijven wel vaker een vrijheidsstraf wordt opgelegd dan bij de rest van de misdrijven, is het aandeel bij de vrijheidsstraffen en de detentiejaren weer hoger. Gewelds- en seksuele delicten kennen, vergeleken met de rest van de misdrijven, zowel hogere ophelderingspercentages als zwaardere sancties. Daarom heeft dit type misdrijven een groter aandeel in alle fasen die volgen op de registratie bij de politie.

Dit laatste geldt nog sterker voor de drugsmisdrijven: in elke volgende fase van de keten neemt het aandeel hiervan toe. Het omgekeerde is het geval met misdrijven op het gebied van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde en gezag: het aandeel van dit type misdrijven loopt later in de keten terug. Bij verkeersmisdrijven volgt in verhouding vaak een sanctie, maar dit is dan weer niet zo vaak een vrijheidsstraf.

[1] In dit onderdeel staan zaken centraal die tot de competentie van de strafrechter (en niet tot die van de kantonrechter) behoren. We noemen dit misdrijfzaken, maar die term is niet geheel correct. Een specifiek en beperkt deel van de misdrijven (stroperij en enkele milieu- en drugsdelicten) wordt door de sector kanton behandeld (in aantallen een zeldzaamheid). Daarnaast worden sommige overtredingen (landloperij, bedelarij, in de economische sfeer of in combinatie met misdrijven) door de sector straf behandeld (in 2016 1,3% van de rechtbank-strafzaken).

[2] Bij 3% van de schuldigverklaringen in 2016 en 2017 legde de rechter geen straf op. De tabellen vermelden zowel het totale aantal schuldigverklaringen als het aantal schuldigverklaringen met strafoplegging.

[3] Een totaalbeeld over de mate waarin opgelegde sancties succesvol worden geëxecuteerd, is momenteel niet te geven, vanwege lacunes in de executiecijfers (zie ook Tenuitvoerlegging van sancties). De twee voornaamste beperkingen zijn: 1) bij CJIB-cijfers over de afhandeling van transacties en strafbeschikkingen, afkomstig van het OM, kan op dit moment geen onderscheid worden gemaakt tussen misdrijven en overtredingen en 2) over de executie van vrijheidsstraffen is onvoldoende informatie beschikbaar.

[4] Er is ook een aantal ‘technische’ redenen waarom op basis van de gepresenteerde cijfers niet zoiets als een ‘sanctiekans’ kan worden berekend. De gegevens van de verschillende onderdelen zijn afkomstig uit verschillende informatiebronnen en betreffen niet steeds dezelfde teleenheden of zaken. Zo kan een misdrijf meerdere ver-dachten opleveren en tot meer dan één zaak leiden. Daarnaast kunnen meerdere misdrijven in één zaak worden behandeld door het OM of de rechter. Ook kan het voorkomen dat een verdachte van een misdrijf in het ene jaar door de politie wordt opgespoord, maar de zaak tegen die verdachte pas in een later jaar door OM of rechter wordt behandeld. Dezelfde zaak verschijnt dan bij verschillende onderdelen van de strafrechtsketen in verschillende jaren in de statistiek. Met name bij sterke stijgingen of dalingen van het aantal in de strafrechtelijke keten verwerkte zaken kan dat laatste tot het ‘achterblijven’ van de aantallen in latere schakels leiden. Mislukte strafbeschikkingen of verzet tegen strafbeschikkingen (zowel bij de politie als bij het OM) leiden mogelijk tot de oplegging van sancties verderop in de keten. In het laatste geval ontstaat er een dubbeltelling van opgelegde sancties, doordat er bij één zaak op verschillende plekken in de keten een opgelegde sanctie wordt geteld. Voorbeeld: een opgelegde OM-strafbeschikking wordt niet betaald, waarna de verdachte wordt gedagvaard en bij de rechter een geldboete opgelegd krijgt. Zowel de OM-strafbeschikking als de schuldigverklaring met geldboete wordt meegeteld bij de hier vermelde ‘opgelegde sancties’. Door alleen te kijken naar succesvol geëxecuteerde sancties wordt zo’n dubbeltelling voorkomen. Dit zijn aandachtspunten bij de vergelijking tussen de schakels in de strafrechtsketen, want dit betekent dat de gegevens niet volledig op elkaar aansluiten. Vergelijking van de ketenschakels kent dus haar beperkingen en kan enige vertekeningen geven (zie ook Bronnen en methoden).

[5] Overigens is er ook in 2017 nog een flinke kloof tussen het aantal geregistreerde verdachten en de instroom bij het OM. Het OM meldt in 2017 ruim 39.000 zaken in de voorfase (dus vóórdat zij instromen bij het OM) te hebben geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs, terwijl ruim 5.000 zaken via Halt of reprimande werden afgedaan (OM, 2017, p. 30).

[6] Als deze wijze van afhandeling niet als sanctie wordt meegeteld, daalt het aantal sancties van het OM sterker, namelijk met 40%.

[7] Zie voor de achterliggende cijfers tabel 5.4 bij Vervolging en tabel 8.1 bij Strafrechtsketen in samenhang.

[8] Wanneer hier de voorwaardelijke beleidssepots niet worden meegeteld, is de daling van het totale aantal sancties 41%.

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 8 De strafrechtsketen in samenhang

Tabellen bij De strafrechtsketen in samenhang

Bronnen en methoden bij De strafrechtsketen in samenhang

Standaardclassificatie Misdrijven

Samenwerkende partijen