Melding en aangifte

In 2017 werd ruim een derde van de delicten bij de politie gemeld en van een kwart werd aangifte gedaan. Dit is vergelijkbaar met 2016 en minder dan in 2012.

Auteurs: W.J.M. Gielen en M.M.P. Akkermans

Laatst bijgewerkt: 22 oktober 2019.

Van alle door burgers in Nederland ondervonden delicten werd 34% in 2017 door of namens de slachtoffers bij de politie gemeld.[1] Dit is hetzelfde als in 2016 (34%) en wat minder dan in 2012 (38%) (zie tabel 3.20 bij Criminaliteit en slachtofferschap). Het merendeel van de veelvoorkomende criminaliteit tegen burgers wordt dus niet bij de politie gemeld en blijft daarmee ‘verborgen’ voor opsporingsinstanties.

Van 24% van alle ondervonden delicten werd in 2017 daadwerkelijk aangifte gedaan. Dit is vergelijkbaar met 2016 (25%) en minder dan in 2012 (29%) (zie tabel 3.20 bij Criminaliteit en slachtofferschap). Vermogensdelicten krijgen relatief meer dan geweldsdelicten en vandalismedelicten een vervolg in de vorm van een aangifte. Van alle ondervonden vermogensdelicten werd ruim 31% in 2017 bij de politie aangegeven. Voor geweldsdelicten en vandalismedelicten bedragen deze aandelen 19% en 14%.

Cybercrime wordt minder bij de politie gemeld en aangegeven dan traditionele criminaliteit. Van alle door burgers ondervonden cybercrimedelicten werd 13% in 2017 bij de politie gemeld (zie tabel 3.20 bij Criminaliteit en slachtofferschap).[2] Dit is vergelijkbaar met 2016 en de jaren daarvoor. Van 8% van alle ondervonden cybercrimedelicten werd in 2017 aangifte gedaan (zie tabel 3.20 bij Criminaliteit en slachtofferschap). Ook dit is vergelijkbaar met 2016 en de jaren ervoor. Van identiteitsfraude en van koop- en verkoopfraude wordt met respectievelijk 16% en 19% in 2017 duidelijk vaker aangifte gedaan dan van hacken (3%) en cyberpesten (6%).
 

[1] De kans dat slachtoffers de hun overkomen delicten ook daadwerkelijk bij de politie melden, wordt, behalve door de gepercipieerde ernst van het delict, ook – zij het in mindere mate – bepaald door de context waarin het voorval plaatsvindt (privé- publieke ruimte) en door de sociale kaders van het slachtoffer (Goudriaan, 2006). Weijer en Bernasco publiceerden recent een onderzoek naar determinanten van meldings- en aangiftebereidheid (Weijer & Bernasco, 2016).

[2] Cybercrime wordt relatief vaak bij andere instanties dan de politie gemeld. Uit de Veiligheidsmonitor blijkt dat van alle delicten in de categorie identiteitsfraude in 2017 ongeveer 85% werd gemeld bij een bank/financiële instelling of een andere (niet nader gespecificeerde) instantie, tegenover 21% bij de politie. Van alle delicten in de categorie koop- en verkoopfraude werd bijna 24% in 2017 gemeld bij een consumentenorganisatie of een andere instantie. Van alle delicten in de categorieën hacken en cyberpesten werd in 2017 respectievelijk 16% en bijna 11% bij een andere instantie dan de politie gemeld (zie CBS-StatLinetabel Ondervonden delicten).

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2018

Bronnen en methoden bij Criminaliteit en slachtofferschap

Delictindeling slachtofferenquêtes en Regio-indeling Politiedistricten Veiligheidsmonitor

Samenwerkende partijen