Ondervonden criminaliteit* en kenmerken van slachtoffers

Bijna één op de zeven Nederlanders van 15 jaar en ouder was in 2017 slachtoffer van veelvoorkomende criminaliteit zoals gewelds-, vermogens- of vandalismedelicten. Dit is minder dan in 2016. Over de periode 2005-2017 is het slachtofferschap met bijna de helft gedaald.

Auteurs: W.J.M. Gielen en M.M.P. Akkermans

Laatst bijgewerkt: 22 oktober 2019.

Het aandeel Nederlandse burgers van 15 jaar en ouder dat slachtoffer werd van één of meer delicten zoals geweld, vermogensdelicten en vandalisme vertoont een dalende trend.[1] Sinds 2005 is het slachtofferschap van deze delicten in totaliteit met 45% afgenomen (indexcijfer 2017=55).[2] De daling was het sterkst in de periode 2005-2008. Opmerkelijk is verder ook de sterke daling tussen 2016 (63%) en 2017 (55%).

Het sterkst afgenomen over de hele periode 2005-2017 is het slachtofferschap van vandalisme. Dit is met de helft gedaald (indexcijfer 2017=49), gevolgd door vermogensdelicten (indexcijfer 2017=51) en geweldsmisdrijven (indexcijfer 2017=64).

Behalve in termen van slachtofferschap (welk deel van de bevolking wordt met één of meer delicten geconfronteerd, ongeacht het aantal keren?) kan ondervonden criminaliteit ook worden uitgedrukt in aantallen ondervonden delicten (hoeveel delicten hebben burgers in totaal en van welke soort meegemaakt?; zie tabel 3.5 bij Criminaliteit en slachtofferschap).

Het aantal door burgers in Nederland ondervonden delicten zoals geweld, vermogensdelicten en vandalisme is in de periode 2005-2017 met ruim de helft afgenomen. In vergelijking met 2005 is het aantal delicten in totaliteit met 52% gedaald. Deze daling was wederom het sterkst in de periode 2005-2008. Het sterkst afgenomen over de hele periode 2005-2017 is het aantal vermogensdelicten (-55%), gevolgd door het aantal vandalisme- (-54%) en geweldsmisdrijven (-41%) (zie tabel 3.10 bij Criminaliteit en slachtofferschap).

In 2017 werd 15% van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder slachtoffer van één of meer delicten. Dat is minder dan in 2016 (17%). Van geweldsdelicten werd 2% in 2017 slachtoffer; 10% van de bevolking werd in dat jaar slachtoffer van één of meer vermogensdelicten. Ruim 5% werd in 2017 slachtoffer van één of meer vandalismedelicten (zie tabel 3.5 bij Criminaliteit en slachtofferschap).

Jongeren worden vaker slachtoffer van veelvoorkomende criminaliteit. Het aandeel 15-24-jarigen dat slachtoffer werd, was in 2017 met bijna 20% ruim twee keer zo groot als het aandeel 65-plussers dat slachtoffer werd (9%) (zie tabel 3.11 bij Criminaliteit en slachtofferschap).

De verschillen naar geslacht zijn relatief klein (zie tabel 3.12 bij Criminaliteit en slachtofferschap). Mannen werden in 2017 iets vaker slachtoffer van geweld. Bij vandalisme- en vermogensdelicten be-staat geen wezenlijk verschil naar geslacht.

Inwoners van zeer sterk stedelijke gemeenten zijn vaker slachtoffer dan inwoners van niet-stedelijke gemeenten[4] (zie tabel 3.14 bij Criminaliteit en slachtofferschap). Deze samenhang met stedelijkheid komt ook naar voren in regionale verschillen in slachtofferschap. In meer verstedelijkte politiedistricten die liggen in/rond Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht is het slachtofferschap duidelijk hoger dan in minder verstedelijkte districten in het noordoosten, zuidoosten en zuidwesten van Nederland. In de politiedistricten Amsterdam-Noord en Utrecht-Stad bijvoorbeeld was het aandeel inwoners dat slachtoffer werd van criminaliteit in 2017 met 26% ruim tweeënhalf keer zo groot als in het district Fryslân (10%).

* Het betreft uitsluitend door burgers ondervonden criminaliteit. Cijfers over door bedrijven ondervonden criminaliteit zijn sinds 2010 niet meer geactualiseerd. Voor meer informatie hierover zie C&R 2012 (Kalidien & De Heer-de Lange, 2013) en de Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2010 (2011).

[1] Het betreft delicten die door hun aard en omvang veel overlast veroorzaken voor een groot deel van de bevolking. Bij geweldsdelicten gaat het om mishandeling, bedreiging en geweld met seksuele bedoelingen. Bij vermogensdelicten gaat het om (poging tot) inbraak, fietsdiefstal, autodiefstal, diefstal uit of vanaf de auto, diefstal van andere voertuigen, (poging tot) zakkenrollerij en overige diefstal. Vandalisme omvat vernielingen aan voertuigen en overige vernielingen aan persoonlijke bezittingen zoals huis of tuin.

[2] Waar elders in de publicatie doorgaans cijfers vanaf 2007 worden weergegeven, worden trends in dit onderdeel vanaf 2005 beschreven om zo te kunnen aansluiten bij de rapportages van de slachtofferenquêtes. Zie voor de verschillende slachtofferenquêtes de Bronnen en methoden.

[4] De indeling naar stedelijkheid is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid van de gemeente. Voor ieder adres binnen een gemeente is de adressendichtheid vastgesteld van een gebied met een straal van 1 km rondom dat adres. De omgevingsadressendichtheid van een gemeente is de gemiddelde waarde hiervan voor alle adressen binnen die gemeente. De volgende vijf stedelijkheidsklassen worden onderscheiden:

– zeer sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 2.500 of meer);

– sterk stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1.500 tot 2.500);

– matig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 1.000 tot 1.500);

– weinig stedelijk (omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1.000);

– niet-stedelijk (omgevingsadressendichtheid van minder dan 500).

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2018

Bronnen en methoden bij Criminaliteit en slachtofferschap

Delictindeling slachtofferenquêtes en Regio-indeling Politiedistricten Veiligheidsmonitor

Samenwerkende partijen