Tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende sancties

De instroom van de ten uitvoer te leggen vrijheidsbenemende sancties daalde overwegend tussen 2007 en 2017 in zowel het gevangeniswezen als in de JJI’s. Ook het aantal opgelegde tbs-maatregelen daalde in deze periode. Ten opzichte van 2016 is er echter een sprake van een relatief lichte stijging in 2017.

Auteur: S.N. Kalidien

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

Tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties in het gevangeniswezen

De totale instroom[1] in het gevangeniswezen daalde tussen 2007 en 2017 van 43.800 tot 31.600.

Het aantal ingestroomde voorlopig gehechten[2] daalde in deze periode van 19.800 tot 13.300. Het aantal zelfmelders daalde tussen 2007 en 2013 van 3.100 tot 1.100, maar steeg daarna tot 2.700 in 2017. Deze stijging houdt verband met een wijziging in de zelfmeldprocedure (zie DJI, 2011-2018). Het aantal veroordeelde arrestanten nam toe tot 25.400 in 2014, maar daalde daarna tot 15.600 in 2017.

De populatie gedetineerden (peildatum 30 september) daalde vrijwel continu tussen 2007 en 2016, maar steeg licht in 2017 tot 9.100 gedetineerden. In 2016 telde het gevangeniswezen 8.800 gedetineerden, bijna een derde minder dan in 2007. Het aandeel vrouwen ligt de afgelopen paar jaar rond de 5%. Iets meer dan de helft van de gedetineerden was tussen 2007 en 2017 tussen de 23 en 39 jaar oud. Het aantal jongvolwassenen tussen de 18 en 22 jaar daalde van 1.800 in 2007 tot 700 in 2016, maar steeg weer licht in 2017 tot 800. Circa 15% was 50 jaar of ouder in 2017. Dit laatste percentage bedroeg nog 9% in 2007. Voor een deel is dit het gevolg van de vergrijzing van de Nederlandse samenleving (zie DJI, 2011-2018).

Het aantal voorlopig gehechten[3] daalde overwegend tussen 2007 van 5.800 tot 3.900 in 2017. Ook het aantal personen met een gevangenisstraf daalde: van 4.700 in 2007 tot 3.700 in 2017.

Een derde van de gedetineerden zat vast vanwege een vermogensmisdrijf al dan niet met geweld in 2017 en een kwart (23%) zat vast vanwege een geweldsmisdrijf. Deze percentages zijn niet wezenlijk veranderd de afgelopen jaren. Ongeveer 15% van de gedetineerden zat vast vanwege een drugsmisdrijf, ten opzichte van 19% in 2007 (zie tabel 7.2 bij Tenuitvoerlegging van sancties).[4]

Tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel

Het aantal opleggingen van tbs met bevel tot verpleging daalde overwegend tussen 2007 en 2016 van 185 tot bijna 100, maar liep in 2017 op tot 105 opleggingen. Het aantal opleggingen van tbs met bevel tot verpleging met een gevangenisstraf daalde van 164 in 2007 naar 80 in 2017. Het aantal tbs opleggingen met ontslag van rechtsvervolging schommelde in deze jaren tussen de 10 en 25 (zie tabel 7.4 bij Tenuitvoerlegging van sancties).

De bezetting in de forensisch psychiatrische centra (FPC’s; ultimo jaar) nam van 2007 tot 2009 toe van 1.840 tot 2.010 tbs-gestelden, daarna daalde dit aantal tot 1.300 in 2017 (zie tabel 7.4 bij Tenuitvoerlegging van sancties). De gemiddelde leeftijd lag de afgelopen paar jaar rond 44 jaar. In 2008 was dit 40 jaar. Het aandeel vrouwen blijft op de 6% à 7% staan (zie tabel 7.5 bij Tenuitvoerlegging van sancties).

Het aantal tbs-passanten daalde van 130 in 2007 tot 14 in 2017 (ultimo jaar). De gemiddelde wachttijd daalde ook: van 297 dagen in 2007 tot 56 dagen in 2017 (zie tabel 7.4 bij Tenuitvoerlegging van sancties).

Tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties in de justitiële jeugdinrichtingen

Tussen 2007 en 2017 halveerde de totale strafrechtelijke instroom[5] in de JJI’s van 2.800 tot 1.400. De daling zit vooral bij het aantal ingestroomde voorlopig gehechten:[6] van 2.300 tot 1.200 in 2017. De instroom van het aantal minderjarigen met een jeugddetentie[7] daalde eveneens tussen 2007 en 2016, van 420 tot 170, maar liep daarna op tot 240 jeugddetenties in 2017. Het aantal minderjarigen dat instroomde met een PIJ-maatregel[8] daalde de laatste drie jaar van 55 PIJ-maatregelen in 2015 tot 30 in 2017 (zie tabel 7.6 Tenuitvoerlegging van sancties). Het aantal lopende PIJ-maatregelen in 2017 bedroeg 200, ten opzichte van 630 in 2007 (zie tabel 7.8 Tenuitvoerlegging van sancties).

Op 30 september 2017 telden de JJI’s 420 strafrechtelijk geplaatste jeugdigen.[9] In 2007 ging het nog om 970 jeugdigen in detentie. In 2017 zat ongeveer de helft (48%) van de jeugdigen in een JJI op basis van een lang verblijf.[10] Het aandeel meisjes in een JJI schommelde tussen de 4% en 2% tussen 2007 en 2017. Het aandeel jeugdigen in een JJI van 18 jaar en ouder steeg: van 51% in 2007 tot 71% in 2017.[11] Het aandeel jeugdigen dat in een JJI zat als gevolg van een PIJ-maatregel bedroeg 43% in 2017. In 2007 ging het om 58%.[12] Het aandeel jeugdigen met een jeugddetentie schommelde in de periode 2007 en 2017 tussen de 7% en 10%, ter-wijl het aandeel jeugdigen in voorlopige hechtenis de afgelopen paar jaar steeg (zie tabel 7.7 bij Tenuitvoerlegging van sancties).[13]

[1] Iemand kan meerdere keren in een jaar instromen.

[2] Voorlopige hechtenissen zijn strikt genomen geen sanctie, maar vallen wel onder de verantwoordelijkheid van het gevangeniswezen van DJI. Personen die op het politiebureau zijn ingesloten (inverzekeringstelling) vallen niet onder de categorie voorlopig gehechten. Voorlopig gehechten die instromen in het gevangeniswezen kunnen al vóór de zitting ontslagen worden uit voorlopige hechtenis. Ook kunnen zij veroordeeld worden tot een straf gelijk aan of korter dan het voorarrest, of uiteindelijk door de rechter niet schuldig worden verklaard. Bovendien is het mogelijk dat de rechter uiteindelijk een andere straf oplegt dan een gevangenisstraf. Dit deel van de voorlopig gehechten krijgt niet de status van veroordeelde bij DJI. Mede daarom zijn tenuitvoerleggingscijfers niet zonder meer te relateren aan straftoemetingscijfers.

[3] Inclusief verdachten in voorlopige hechtenis die al wel door de rechtbank in eerste aanleg zijn veroordeeld, maar van wie het vonnis nog niet onherroepelijk is. In 2017 ging het om 329 verdachten van wie het vonnis nog niet onherroepelijk was zonder dat er op dat moment al sprake was van inschrijving van de zaak bij het Gerechtshof en 959 verdachten van wie het hoger beroep al wel liep (DJI, 2018).

[4] Percentages misdrijven zijn exclusief de categorie onbekend.

[5] Een persoon kan meerdere keren instromen.

[6] Voorlopige hechtenis is strikt genomen geen sanctie (zie ook noot 2).

[7] De instroom ‘jeugddetentie’ betreft vooral zelfmelders voor een omgezette straf en arrestanten. De ‘reguliere’ jeugddetenties worden ten uitvoer gelegd in aansluiting op de voorlopige hechtenis binnen de JJI. Ook de ‘reguliere’ PIJ-maatregel wordt in de regel opgelegd na een voorlopige hechtenis.

[8] De instroom van PIJ’ers komt deels door de TUL van een voorwaardelijke PIJ, of instroom vanuit het gevangeniswezen. Het grootste deel van de PIJ begint vanuit de detentie zelf, na de preventieve hechtenis. De instroom van PIJ-maatregelen bevat dus niet alleen beginnende PIJ-maatregelen.

[9] Met ingang van 1 januari 2010 verblijven jeugdigen met een civielrechtelijke titel niet meer in een JJI (zie DJI, 2015).

[10] Met de invoering van de Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen (BJJ) per 1 juli 2011 is het onderscheid tussen opvang- en behandelinrichtingen vervallen. Hiervoor in de plaats is een scheiding aangebracht op grond van kort en lang verblijf (zie DJI, 2015).

[11] Deze toename houdt deels verband met de invoering van het adolescentenstrafrecht in april 2014. Daarnaast is er door de dalende instroom van de relatief jonge jeugdigen, het versterkend effect dat de 18-minners de balans nog verder doen omslaan in de richting van een veroudering van de populatie in de JJI’s (zie DJI, 2015, 2017).

[12] Vanaf de inwerkingtreding van de BJJ kan de PIJ worden opgelegd voor de duur van drie jaar. Met de inwerkingtreding van het adolescentenstrafrecht op 1 april 2014 kan de PIJ-maatregel alleen nog worden opgelegd als er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens. Daarnaast is het mogelijk geworden om de PIJ-maatregel na zes jaar om te zetten in een tbs-maatregel indien de jeugdige nog steeds een gevaar is voor de samenleving (DJI, 2015). Bijkomend is dat iedere PIJ-maatregel nu één jaar voorwaardelijk kent. En daarmee maximaal zeven jaar wanneer iemand zich na zes jaar niet aan de voorwaarden houdt.

[13] Zie voor een (verdere) duiding van de ontwikkelingen in de JJI’s de publicatie DJI in getal 2013-2017 (DJI, 2018).

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 7 Tenuitvoerlegging van sancties

Tabellen bij Tenuitvoerlegging van sancties

Bronnen en methoden bij Tenuitvoerlegging van sancties

Samenwerkende partijen