Misdrijven tegen alle verdachten

In 2017 werden 174.000 misdrijfzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) ingeschreven, 36% minder dan in 2007. Het OM nam in 2017 een beslissing over ruim 183.000 zaken, 29% minder dan in 2007.

Auteurs: R.J. Decae en C.P.M. Netten

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2018.

Ingeschreven zaken

In de periode 2007-2017 is het aantal bij het OM ingeschreven misdrijfzaken[1] gedaald van 270.000 naar 174.000, een daling van 36%. Eerder door het OM afgedane zaken kunnen ook weer herinstromen, bijvoorbeeld, omdat een executie van een strafbeschikking OM mislukt. Het OM zal de zaak dan opnieuw beoordelen. De hier gepresenteerde cijfers zijn exclusief deze herinstroom (zie Bronnen en methoden bij Vervolging en berechting voor meer achtergrondinformatie over de telwijze). Volgens het jaarbericht van het OM bedraagt de herinstroom ongeveer 8.000 misdrijfzaken (bron: Jaarbericht OM (2018).

Van alle in 2017 ingeschreven verdachten is 90% meerderjarig, 7,5% minderjarig en 2,5% een rechtspersoon. Het aandeel minderjarige verdachten is in 2017 afgenomen ten opzichte van 2007: van 14 naar 8% (zie tabel 5.1 bij Vervolging).

Ruim 34% van de in 2017 ingeschreven misdrijfzaken betreft een vermogensmisdrijf (dit was 28% in 2007). Het aandeel ingeschreven misdrijfzaken in 2017 wegens vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag is 11% (dit was 15% in 2007). Het aandeel gewelds- en seksuele misdrijven bedroeg 20% (vergelijkbaar met 2007). Voor de verkeersmisdrijven was dit 16% ten opzichte van 19% in 2007. Het aandeel drugsmisdrijven nam in de periode 2007-2017 toe van 6% naar 7% (zie tabel 5.2 bij Vervolging). Het aandeel (vuur)wapenmisdrijven blijft in 2017 vergelijkbaar met 2007 zo rond de 2%.

Beslissingen door het OM

In 2017 bedroeg het aantal beslissingen door het OM 183.000. Dit is 29% minder dan in 2007 en 6% minder dan in 2016. Ook deze cijfers zijn exclusief herinstroom (zie Bronnen en methoden bij Vervolging en berechting voor meer achtergrondinformatie over de telwijze). In 2017 nam het OM ongeveer 191.000 beslissingen in misdrijfzaken inclusief herinstroom (bron: Jaarbericht OM (2018).

Van alle door het OM genomen beslissingen in 2017 ging het in 82% om een mannelijke verdachte (t.o.v. 83% in 2007), in 15% om een vrouwelijke verdachte (dit was 14% in 2007) en in 2,6% (t.o.v. 3.1% in 2007) om een rechtspersoon (zie tabel 5.1 bij Vervolging).

Het aandeel vermogensmisdrijven in het totaal van de beslissingen OM nam toe van 28% in 2007 naar 35% in 2017. Het aandeel vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag nam in deze periode af van 15% naar 11%), hetzelfde gold voor de economische delicten (van 8 naar 6%) en verkeersmisdrijven (van 18 naar 15%). Het aandeel gewelds- en seksuele misdrijven lag in 2017 (20%) op hetzelfde niveau als in 2007. Het aandeel drugs-gerelateerde misdrijven nam toe van 6% in 2007 tot 7% in 2017 (zie tabel 5.3 bij Vervolging).

In 2017 schreef het Openbaar Ministerie 97.000 dagvaardingen uit, 33% minder dan in 2007. Het percentage dagvaardingen van alle door het OM behandelde mis-drijfzaken is in 2017 53%. Het OM doet dus bijna de helft van alle misdrijfzaken zelf af en brengt de andere helft voor de rechter.

In 2017 waren er 1.200 oproepen ter terechtzitting na verzet tegen een strafbeschikking die door het CJIB is opgelegd (zie tabel 5.4 bij Vervolging; dit is exclusief herinstroom, dus exclusief oproepen ter terechtzitting na verzet tegen een strafbeschikking die door het OM zelf is opgelegd).

Het aantal opgelegde strafbeschikkingen is, sinds de invoering van de wet OM-afdoening in 2008, fors gestegen tot en met 2012 (45.300) en daalde vervolgens tot en met 2015 (30.700). In 2017 was het aantal strafbeschikkingen weer iets hoger op 31.700. De strafbeschikking bestaat in 2017 in het merendeel van de gevallen uit een geldboete (27.600) of een taakstraf (3.100)[2] en wordt het vaakst opgelegd voor een verkeersmisdrijf (27%) of een vermogensmisdrijf (24%). Het aandeel van economische misdrijven in de periode 2009-2017 nam toe van 7% naar 15% (zie tabel 5.4 en 5.8 bij Vervolging).

In de periode 2007-2017 daalde daarentegen het aantal transacties[3] met 87% van 68.000 tot 8.800. De voorwaarde ‘taakstraf’ komt in 2017 het meest voor (4.900), gevolgd door ‘betaling geldsom’ (3.000) (zie tabel 5.4 bij Vervolging). Transacties werden in 2017 het vaakst aangeboden voor vermogensmisdrijven (37%) (zie tabel 5.5 bij Vervolging).

Het totale aantal onvoorwaardelijke sepots (technische, beleids- en administratieve sepots) steeg tussen 2007 en 2013 sterk van 26.900 naar 39.800, een stijging van ongeveer 48%. Na 2013 bleef dit aantal stabiel tot en met 2016, daarna volgde in 2017 een daling van ongeveer 18% tot 33.000. Van het totale aantal onvoorwaardelijke sepots in 2017 was 39% een beleidssepot, 53% een technisch sepot en 8% een administratief sepot. Het aantal technische sepots steeg in de periode 2007-2013 na wat schommelingen tot 22.700, maar nam daarna af tot 17.500 in 2017.

Het totale aantal onvoorwaardelijke beleidssepots nam van 2007 tot en met 2016 toe van 10.000 naar ongeveer 19.000, maar daalde in 2017 tot 13.000; ten opzichte van 2007 gaat het om een stijging van 27%. Het aantal voorwaardelijke beleidssepots steeg tussen 2007 en 2017 met 64% van 5.300 tot 8.700. De aantallen voegingen ter berechting (1.800) en ad informandum (60) komen alleen voor in COMPAS waarin de complexe zaken nog worden geregistreerd. Sinds 2008 daalde de aantallen sterk maar ze zijn de laatste drie jaar betrekkelijk constant.[4]

Daarnaast werden in GPS in 2017 nog 660 zaken administratief afgehandeld (zie tabel 5.4 bij Vervolging).

[1] In dit hoofdstuk staan zaken van de strafrechter centraal. We noemen dit misdrijfzaken, maar die term is niet geheel correct. Een heel specifiek deel van de misdrijven (stroperij en enkele milieu- en drugsdelicten) wordt door de sector kanton behandeld (in aantallen een zeldzaamheid). Daarnaast worden sommige overtredingen (landloperij, bedelarij, in de economische sfeer of in combinatie met misdrijven) door de sector straf behandeld.

[2] Het totale aantal straffen bij strafbeschikkingen kan hoger uitkomen dan het totale aantal opgelegde strafbeschikkingen, omdat de strafbeschikking kan bestaan uit een combinatie van straffen (bijvoorbeeld geldboete met een taakstraf). Alle straffen worden apart geteld.

[3] Het totale aantal voorwaarden bij transacties kan hoger uitkomen dan het totale aantal transacties, omdat de transactie kan bestaan uit een combinatie van voorwaarden (bijvoorbeeld een geldsom in combinatie met een taakstraf). Alle voorwaarden worden apart geteld.

[4] Zaken kunnen ook ter zitting door de rechter worden samengevoegd met een andere zaak. Omdat dit een rechterlijke beslissing betreft, worden deze voegingen hier niet meegenomen. Het totale aantal voegingen is daardoor in werkelijkheid hoger dan het hier genoemde aantal (zie ook Bronnen en methoden). 

Bron: Criminaliteit en rechtshandhaving 2017, hoofdstuk 5 Vervolging

Tabellen bij Vervolging

Bronnen en methoden bij Vervolging en berechting

Standaardclassificatie Misdrijven

Samenwerkende partijen